dinsdag 14 december 2010

Beesten

5:15 am. De wekker gaat en Rik en Luuk staan na het standaard kwartiertje snoozen op. Opstaan is makkelijker gezegd dan gedaan, aangezien we in ons hostel in Innisfail (Queensland) in de bovenste bedden slapen en de wieken van de ventilator 5 cm naast ons bed rondrazen. Nadat we de nog natte werkkleren aangetrokken hebben, stop je een handvol cornflakes in je mond, neem je een slok melk erbij en je bent klaar om te gaan. Om kwart voor 6 worden we opgehaald door het busje die ons naar de farm brengt. Eenmaal aangekomen op de farm vullen we onze flessen met water en springen we op de trailer om te gaan humpen, het beste baantje ooit.

Humpen is niet meer dan bananentrossen van de boom naar een aanhanger dragen, vervolgens weer naar de volgende boom lopen om precies hetzelfde te doen. Klinkt niet al te moeilijk. Het nadeel van bananentrossen (bunches) is dat ze 80kg kunnen wegen. Nou is niet elke tros 80kg, maar 50 halen de meeste wel. De bunch hangt in een boom (allicht) en de cutter staat klaar met zijn mes om een kruis in de boom te slaan waardoor de boom ombuigt. Ondertussen heb je de brunch op je schouder en wacht je tot de cutter hem afhakt, waardoor de bunch op je schouder valt en je rustig naar de trailer kan lopen om daar je bunch op te zetten. Alle bomen staan netjes langs paden; de traktor rijdt in het midden, en links en rechts ervan worden meestal 3 soms 4 paden gehumped. Dat betekend dat je tussen die bomen en alle gaten tussen de wortels naar de trailer moet zien te komen. Vervolgens moet je die bunch ook nog eens heel netjes neerzetten omdat anders de bananen kapot gaan. Het liefste wat je met dat ding wilt doen is er opflikkeren maar dat wordt niet gewaardeerd.

Nou is het leuke aan dit werk het contact met de natuur. Als je met zo 'n bunch op je schouder loopt kom je echt van alles tegen; Spinnenwebben in je gezicht, krekels of torren die besluiten op je shirt te springen, rode mieren uit de boom die over je rug lopen en bijten, kikkers en salamanders, slangen en de klapper; ratten. Ratten houden ervan om in een bunch hun nest te bouwen. Het komt dan ook regelmatig voor dat er een rat over je heen loopt omdat hij door heeft dat zijn nest on te move is. En aangezien die beesten ongeveer alle ziektes bij zich dragen die ze kunnen tillen wordt er meteen geprobeerd om het beestje netjes in tweeen te hakken of te stampen. Verder loop je de hele met natte voeten in natte sokken en schoenen, en krijg je dus ook nog eens schitterende voetbloemen en andere soorten schimmels. Prachtig allemaal. En dit alles met 35 graden met de zon bijna recht van boven, of een keiharde tropische regenbui. Zo'n bui is best verkoelend en doorweekt ben je toch al aangezien er boven op de bunches altijd wel plasjes water liggen, en het zweet met die temperaturen zijn weg door de poriën ook wel weet te vinden. Dat zweet druipt vervolgens in een melange van bitter bananensap, water, troep van boven op de bunches en zonnebrand in je ogen en mond. En dit alles voor $18,50 per uur.

We werken tot drie uur en dan worden we netjes thuisgebracht. Op de terugweg hebben we altijd een mooi potje steenpapierschaar over wie er al eerst mag douchen. En dat douchen duurt al snel 20 minuten aangezien dat sap plakkerig is en we het vuil er met een schuurspons af moeten krabben. Ik ben serieus al tevreden als mijn handen schoon zijn, mijn rug is niet al te beginnen, dus zodra alle modder en dergelijke eraf is, is het goed.

Verder is er hier in het dorp en hostel precies niks te doen. Dus we spelen elke avond gezelligggg kaartspelletjes. De avond houdt voor ons vaak al om 9 uur op aangezien je gesloopt bent van zo'n dag beesten op de farm, en de volgende ochtend moet er weer vroeg gesnoozed worden, dus wat bedtijd is wel nodig. Verder hebben we gelukkig volgende week woensdag weekend..

Het plan is om hier te blijven werken tot we geld voor een busje bij elkaar hebben, dus waarschijnlijk zitten we hier nog wel eventjes. Het werk mag dan niet alles zijn, maar het is altijd nog beter dan heel de dag bananen afsnijden, meten of inpakken want dan kruipt de tijd helemaal voorbij. En gelukkig hebben we Pieter nog, die ons elke dag weer verrast met de smakelijke verhalen van zijn werk.

Foto's worden er niet gemaakt op een farm, want daar wordt gewerkt. Overigens is het internet hier ook zo slecht dat ik al in mijn handen klap als ik mijn inbox inkom, laat staan een mail kan verzenden. De volgende keer weer, dan kan iedereen zien hoe mooi bruin ik ben geworden haha.

maandag 29 november 2010

Rik en Luuk in India

Aangezien Australie toch iets duurder is dan Thailand vliegt het geld er hier redelijk doorheen. Nadat Rik en ik in Melbourne waren aangekomen zijn we meteen werk gaan zoeken. Dat zoeken was vrij makkelijk maar het vinden viel wat tegen. Het liefst wilden we op een farm werken waar we een paar weken konden knallen zodat we wat centen hadden om een busje te kopen en ook ons 2e jaar visa konden regelen (die krijg je na 12 weken werken op bijv. een farm). Op het moment begint hier het hoogseizoen (ik denk niet dat jullie daar iets van merken in Nederland haha), dus het land zit vol met arme backpackers die een baantje zoeken. Na een week rond bellen en mailen hadden we nog helemaal niks, en van de 30 emails hadden er ongeveer 3 gereageerd met dat ze niemand nodig hadden. De telefoongesprekken met Australische boeren waren al helemaal het toppunt, ze zullen vast Engels gesproken hebben maar ik kon er niks van verstaan. Uren lopen zoeken maar niks vinden is na een week wel redelijk frustrerend. En toen werd het maandag..de hele week hoor je niks van die mensen en als het maandag is beginnen ze allemaal te bellen en te mailen. Er werden allerlei baantjes aangeboden, een aantal waren call center jobs, maar om nou van 8 tot 5, 5 dagen per week in een duf kantoor Ozzies te gaan bellen bleek niet echt een goed plan. Zeker niet met de telefoonervaring die ik de afgelopen week opgedaan had. Op straat om donaties bedelen voor dakloze katten en honden ging mij ook iets te ver, zeker aangezien ik er nog geen 1 gezien had. Uiteindelijk belde ene Bawa ergens laat op de avond op. We mochten bij zijn car wash "in training". Dat klonk Rik en Luuk wel goed in de oren, beetje met een sponsje auto's boenen, heitjevoorkarweitje stijl, prima. Het was dan geen farm job, maar die waren kennelijk zo moeilijk te krijgen dat we voor de carwash gingen. Geld is geld tenslotte.

Toen we aankwamen bleken er 10 Indiers te werken, die allemaal vrijwel geen Engels konden. De meesten waren prima gasten, en het feit dat je oren er afgeblazen werden door de speakers met Indische herrie, de keuken stonk naar alle soorten kruiden en de meer dan ranzige toiletten en andere hokjes allerlei insecten aantrokken namen we maar voor lief. Na een tijdje werd het wel irritant dat iedereen weer zn eigen manier had om een auto te stofzuigen en elke keer die slang uit onze handen trokken om te laten zien hoe het moest. Allemaal prima, maar als ze denken dat wij na 15 uur auto's uitzuigen nog steeds niet snappen hoe het werkt, en ze je ook nog eens beginnen te duwen omdat ze simpelweg niet in het Engels kunnen uitleggen dat je naar een andere auto moet is de maat wel vol. Gelukkig had Rik de eer om met zijn 2 meter lengte een hele dag op zn hurken de velgen te poetsen, terwijl die Indiers zelf de helft kleiner waren en vrijwel niet hoeften te bukken om die dingen te boenen. Al dat bukken voor die velgen en dan het stofzuigen van auto's zorgt voor redelijk wat rugpijn na een dagje werken.

We hebben uiteindelijk 5 dagen gewerkt bij de car wash, maar het was dus iets minder romantisch als wij gedacht hadden. Het mooie was wel dat het om car detailing ging, dus geen ordinaire wasstraat. De meeste auto's waren dan ook redelijk sportief, en manueel geschakeld. Aangezien hier verder vrijwel alle auto's automaten zijn kon de helft van die Indiers niet met een manuele bak rijden, dus mochten Rik en ik de auto's verplaatsen. Nou waren dat geen adembenemende afstanden, maar als je achter elkaar in een Skyline, M3 en RS6 mag rijden hoor je mij niet klagen.

Bawa had wel door dat wij op dinsdag (payday) er vandoor gingen en gooide er nog een prachtig slijm offensief tegenaan op de laatste dag. Hij kwam met allemaal tips en verhalen, hij is zelfs naar een slager gegaan om een kip voor ons te halen omdat we die avond een BBQ hadden..We hadden echter al besloten om ermee te stoppen zodra we iets anders hadden. Uiteindelijk aan het einde van de dag onze centen opgehaald, de kip uit de koeling gepakt en naar de tram richting huis gewandeld. Rik en ik waren er allebei redelijk klaar mee, maar we zouden de volgende ochtend wel terug moeten omdat we geld nodig hadden. En toen ging de telefoon..ene boer uit Cairns had ons nodig op zijn plantage. Een betere timing had er niet kunnen zijn.

Het plan was om de 3000+ km lange trip naar het tropische noorden van Australie met de auto af te leggen. Rik had in zijn eerste weken in Australie Pieter ontmoet. Een jongeman uit Limburg die net klaar was met zijn koksopleiding. Nadat Rik en Pieter allebei hun eigen weg gegaan waren, waren ze elkaar nog een aantal keer op volstrekt willekeurig plaatsen in Sydney tegengekomen.

Rik en ik liepen over straat in Melbourne, stonden klaar om over te steken en toen zei Rik in een keer: "Huh, daar staat Pieter!". En daar stond Pieter, 1100 km van Sydney wisten die twee het dus alsnog te presteren om elkaar tegen het lijf te lopen.

Pieter had ook een auto, en met die auto zijn we uiteindelijk naar Cairns gereden. Verder hadden we in het hostel nog 2 Zweedse dames ontmoet die ook die kant op moesten. Dus de dag nadat de boer ons gebeld had was het tijd om te vertrekken richting Cairns. Rik en ik kochten allebei nog een tentje zodat we niet met zn 5en in de auto hoefde te slapen.



Na een dag kwamen we in de buurt van Wagga Wagga, waar we een openbare BBQ plek opzochten (echt, uitvinding van de eeuw, openbare BBQ's). De BBQ stond in een parkje in een dorpje. Pieter liet zijn kookkunsten zien, en het smaakte uiteraard lekker. De Zweedse meiden hadden nog nooit buiten geslapen, dus voor hun was het allemaal een hele ervaring. Toen we aan de picknicktafel het vlees aan het verslinden waren zeiden ze tegen elkaar "welcome in the wild" ghehe, toch mooi dat ze eens iets anders zien dan hostel en hotels.



De dag daarna reden we langs Sydney, en we besloten om nog even te chillen op Bondi beach, vervolgens reden we door naar een klein gehucht ver boven Sydney, waar we de tentjes op het strand opzette. Kampvuurtje erbij, marsmellows, muziekje, alles. Pieter sliep in de auto en dat had hij bijzonder goed voor elkaar. Hij had een prachtig luchtbedje, maar in plaats van hem op te blazen was hij aan het rommelen voorin de auto, startte hij de auto in 1x, en voila, zijn elektronische luchtpompje deed de rest. Met een tevreden glimlach stond hij er naar te kijken en na een minuutje was zijn bedje gereed voor de nacht.

Toen we de volgende ochtend wakker werden door de zon die opkwam boven de zee was er maar 1 ding om te doen, lekker de ijskoude zee in om fijn wakker te worden. De plek heette niet voor niets Pacific Palms, en het was weer eens wat anders dan wakker worden in een volle hostel kamer met overal handdoeken en tassen om je heen.




Na de meiden afgezet te hebben in Byron Bay, zijn we nonstop doorgereden naar Cairns. Uiteindelijk kwamen we na een reis van 4 dagen aan in het stadje. Tropische hitte, palmbomen en jawel, de start van het door mij oooo zoooo geliefde regenseizoen. We zijn uiteindelijk in Innisfail aangekomen bij een hostel die werk voor je regelt. Na aankomst besloten we om een duik in het lokale zwembad te nemen. Zwemmen in de zee kan hier niet zomaar ivm de box jellyfish, een kwal die je liever niet wilt aanraken, want verlamming en in het uiterste geval de dood kunnen het resultaat zijn van een eenmalige ontmoeting met haar tentakels. Het zwembad beviel mij bijzonder goed, zeker aangezien ik na mijn tweede duik met mijn neus op de bodem belandde, een krak hoorde en even later met een stuk ijs en een snee bovenin mijn neus op de kant zat. Tot grote lol van Rik, die om dat soort dingen flinke lol kan hebben, net zoals die keer dat ik bijna mij vingertopje er afsneed. Hij vindt het allemaal prachtig.



Pieter en Rik zijn vandaag al meteen aan het werk gezet, ik mag nog een dagje in de zon bakken en dan waarschijnlijk morgen aan de slag. Volgens de verhalen zie je meer spinnen dan je lief is, kruipen de ratten uit de zakken met bananen en ligt er een compleet menu aan ziektes en infecties klaar voor ons, dus daarover zal ongetwijfeld meer horen.

woensdag 10 november 2010

From Sydney to Melbourne

Na het bezoek aan de eilandjes was het tijd om mijn spullen te pakken en via Bangkok en Taipei naar Sydney te vliegen. In Sydney stond Rik op het vliegveld, het was mooi om die baas weer te zien. Na een standaard bezoek aan de Harbour Bridge en het Opera House was het tijd om naar het appartement van Franzi en Caro te gaan. Zij gingen een week naar Nieuw Zeeland en wij mochten in hun appartement chillen. Het lag vlakbij Oxford street, het episch centrum van homoseksueel Australie. Van mij mag je gay zijn, of wat je dan ook wilt, maar de hoeveelheid overdreven nichterig gedrag op straat ging wel erg ver. Na een paar dagen besloten Rik en ik dan ook om snel richting het zuiden te gaan. Het plan was om vrijdags te gaan liften, dus we namen de trein (begint al goed) naar een stationnetje buiten Sydney.



Na een redelijke wandeling kwamen we bij een grote weg aan. We liepen langs de weg en na 5 min stopte er iemand voor ons. Helaas bleek dit te zijn om even mobiel te bellen, dus toen we dat zagen was de teleurstelling erg groot. Wij liepen verder en plots stopte die zelfde auto weer om ons een lift aan te bieden. De bestuurster was een aardige vrijgezette vrijgezelle jongedame die ons naar het strand van Wollongong bracht. Ze vond het allemaal wel interessant, 2 van die gasten in de auto. Er werd dan ook regelmatig gevraagd wat we die avond gingen doen en dergelijke. Eenmaal bij het strand van Wollongong aangekomen hebben we een tijd op het strand gezeten, potjes backgammon gespeeld en slechte verhalen verteld. Aangezien het inmiddels al redelijk laat was, en we toch ergens moesten slapen, besloten we maar om op het strand te gaan slapen. We zochten een goed plekje op, rolden onze slaapzakken uit en gingen lekker slapen..tot het begon te regenen. We pakten onze spullen en als 2 daklozen liepen we met onze backpacks over straat op zoek naar een dakje. We kwamen bij een mooi platformpje aan dat afgezet was met linten omdat het net geverfd was. We liepen er in het donker naartoe, maar het was helaas al bezet door een zwerver met een heus tentje. De competitie in de daklozenwereld is dus groot hier. Toen het weer droog was zijn we onder een boompje gaan liggen, en daar brachten we de eerste nacht door. De volgende dag wilden we verder langs de kust liften, en na een verfrissende ochtendwandeling richting de snelweg kregen we al snel een lift van een man die ons 40 km verderop afzette. We stopten bij een klein treinstationnetje langs de snelweg, en er stopten maar weinig auto's. Ondertussen was er een goederentrein aankomen rijden en stil blijven staan, en aangezien het moeilijk was om een lift te krijgen was het natuurlijk een mooie mogelijkheid om verder te reizen. Terwijl we er over nadachten stopte er een auto en werden we een stuk richting het zuiden gebracht. We werden gedropt en we stonden er nog geen minuut voordat er een dikke Amerikaans bak stopte en we wederom een kilometer of 50 mee konden rijden met een Cyprioot die eruit zag als een Zuid Amerikaans bendelid. De lift erna was er 1 van een omaatje die ons vertelde dat ze niet gestopt zou zijn als wij gaten in onze broek hadden gehad. Ze bleek te skypen, een laptop te hebben en ze wist ook redelijk wat scheldwoorden uit te kramen tijdens het rijden; "move on you dickhead!!!" en dan met haar krakende stem. Ze liep vervolgens ook nog flink te bumperkleven en zodra het kon ging het gas erop. Het was wel een pittige tante.

Uiteindelijk kwamen we in Batemans Bay terecht, waar we wederom een nachtje in de bush hebben doorgebracht. We hadden een mooi afgescheurd zeiltje gevonden die als meer dan comfortabel matras diende. De volgende ochtend gingen we proberen in Canberra te komen. Na een wandeling richting de snelweg, gingen we even zitten om onze boterhammetjes te smeren. We hadden het mes nog niet in de jampot gestoken of er stopte al een mooi busje voor onze neus. Het was een gast van onze leeftijd die was wezen surfen aan de kust, en nu net terug op weg was naar Canberra. Zo makkelijk kan het dus gaan, 150 km in een klap. In Canberra besloten we maar om een hostel in te gaan, aangezien ik de volgende dag jarig was, wat een verwennerij. Canberra was na 22u compleet uitgestorven en op het moment dat ik richting de pub wilde lopen waar Rik en ik naar toe wilde gaan, was ik Rik in 1x kwijt. Ik maar wat rond zoeken en fluiten, maar geen reactie, en ik snapte niet hoe hij nou zomaar kon verdwijnen. Toen het 23u50 was besloot ik maar naar die pub te gaan. Even voor 12 liep ik daar naar binnen en daar zattie, met een biertje voor zich op de bar. Dolbij met de hereniging hebben we er maar een paar biertjes gedronken en werd het uiteindelijk nog een mooie avond.

De volgende dag moesten we eerst weer Canberra uitlopen om op zoek te gaan naar een lift op de snelweg. De jampot en boterhammetjes brachten dit keer minder geluk, dus na drie kwartier besloten we maar om gewoon te gaan hiken. Op een gegeven moment stopte er gelukkig een vrachtwagen voor onze neus, en bood ons een lift aan. Hij moest naar Melbourne, maar aangezien ze daar ook een soort van tachograaf hebben kon hij nog maar 5 uur rijden. Onderweg met zijn drieeen in de cabine naar alle truckerclassics geluisterd en er werd flink wat heen en weer geouwehoerd over de bakkies. De politie rijdt hier vaak onderkoffer dus zodra er een "candycar" in de buurt was werd het netjes doorgegeven. Hij dropte ons ergens bij een truckstop waar we weinig succes hadden met het krijgen van een lift. Nadat Rik voor de 37e x had geroepen "jaaaa, deze gaat het worden hoor, let maar op!" stopte de auto ook daadwerkelijk, en belandden we beide op de 1,5e stoel voorin een pickup. Echt comfi was het niet, maar de beste man bracht ons richting Albury, wat toch weer een flink aantal kilometers was. Onderweg kregen we wederom de standaard vragen naar ons hoofd:

- Waar kom je vandaan?
- Hoelang ben je hier?
- Hoe heette je ook alweer?
- Hoelang blijf je hier?
- Hoe het op dit moment in Ierland was? (Holland / Ireland schijnt nogal op elkaar te lijken)
- En hoe heette je ook alweer?

En verder ging het vaak over kangaroos. Ik ben nu zon anderhalve week in Australie, en ik heb 6 kangaroos gezien. Nadeel van deze 6 kangaroos was wel dat ze allemaal dood waren en langs de weg lagen. Het kunnen er ook 5 geweest zijn trouwens want we twijfelden op een gegeven moment of het nog een helft betrof van de kangaroo die we een paar seconden daarvoor zagen.

De man die ons een lift gaf vertelde dat hij nog een auto had staan op een boerderij die niet van hem was, de auto was niet geregistreerd maar hij stond daar in de weg, dus we mochten hem hebben. Aangezien het registreren van een auto 700 dollar kost besloten we uiteindelijk maar om het maar niet te doen, maar het aanbod was natuurlijk hartstikke mooi. We werden in een dorpje genaamd Albury gedropt, en in Albury is echt he le maal niks te doen. Boodschappen doen en de hond uit laten zijn daar de hoogtepunten van de dag. Rik en ik zochten een bottleshop op en gingen vervolgens ergens in een park een potje Backgammon spelen. Er reden de hele tijd dwazen voorbij die uit hun ramen hingen en van alles schreeuwden. Op een gegeven moment kwam er een auto voorbij met 2 meiden, die met zaklampen aan het schijnen waren en voor ons mee zongen met de muziek. Ze stopten naast ons en bleven schijnen en naar ons schreeuwen wat we aan het doen waren. We negeerden ze maar, maar na een tijdje was 1 van de twee meiden zo dapper om eens te gaan kijken wat er aan de hand was. De ander bleef in de auto omdat ze dacht dat wij d'r gingen verkrachten. Toen de eerste zag dat wij ook maar 2 redelijk normale gasten waren die vrij weinig kwaad wilden kwam de ander er ook bij. Ze vertelden dat het park een homo ontmoetingsplaats was, en dat de dorpelingen er vaak heen reden om de homo's uit te schelden terwijl ze langs scheurden.. je kan maar wat te doen hebben. We hadden al besloten om onderaan het park bij het water te gaan slapen, maar na het horen van dit nieuws begonnen we toch te twijfelen. Het plekje was echter te mooi dus rolden we er toch maar onze slaapzakjes uit, en legden allebei een kurkje klaar want je weet maar nooit.

De volgende ochtend was het weer tijd voor een hikeje richting de snelweg, waar we na een tijdje in het brandende zonnetje gestaan te hebben, opgepikt werden door een vrij vage gast met een dikke auto. Hij dropte ons af op een plek waar we echt geen enkele andere auto zag rijden, dus we besloten maar op de snelweg onder een brug in de schaduw te gaan staan. Het was vrij rustig, dus gingen we erbij liggen. Net voor ik echt in slaap viel hoorden we een auto toeteren, en er was zowaar een jeep voor ons gestopt. We sprongen achterin, en het bleek om een kamerlid van The Greens te gaan, die samen met zijn secretaresse midden in hun campagne tour zat. We kregen een sticker en een mooi boekje met hun statements erin, en er werden foto's gemaakt van ons gemaakt voor op de site. Prachtig, als we maar richting Melbourne komen. De secretaresse ging over de navigatie, dus we kregen er uiteindelijk 45 km's voor niks bij. Ze zetten ons af en uiteindelijk werden we opgepikt door een oudere man die op zijn scootertje een paar dagen door de Snowy mountains was wezen rijden. Hij wist alles te vertellen over Melbourne en ik geloof ook niet dat hij iets vergeten is. Uiteindelijk belandde we in Melbourne, in het park aan het water met een mooi uitzicht over de wolkenkrabbers. Rik z'n neef was al eerder in Melbourne geweest en we hadden het telefoon nummer gekregen van Freya. Samen met haar en wat vrienden zaten we in het park wat biertjes te drinken. We vertelden over de avonturen die we meegemaakt hadden, en zo ook over de politicus die we ontmoet hadden. We gaven ze het boekje en ze wisten allemaal wie het was, dus waarschijnlijk zaten we bij een kale mannelijke versie van Femke Halsema in de auto. Freya bood aan om bij haar te blijven slapen omdat we anders wederom in de buitenlucht moesten tukken.We hielden een taxi aan en vanaf buiten kon je de McDonalds lucht al uit de taxi ruiken, en eenmaal binnen zat er een vriendelijke Indische man met een zak van de Mc opschoot, terwijl er prachtig Indische gejammer uit de speakers van de auto kwam. Hij heeft 15 minuten gedaan over het kauwen en herkauwen van zijn frietjes en schoot 2x bijna uit de bocht omdat hij in zijn zak aan het koekeloeren was, maar uiteindelijk hebben we het gehaald.

Toen we het huis binnen wandelden bleken nog meer mensen te leven en het zag er allemaal wel erg chique uit. Flinke tv, achtertuin in aanleg, een bierfleshouderhouder, en een flinke keuken. Het bleek uiteindelijk dat de beste vriend van Freya het broertje is van Abbey Lee, en dat Freya ook een kamer had in het huis van Abbey gekregen had. Dus ik stond uiteindelijk onder Abbey Lee's douche, sja daar houd je ook geen rekening mee als je naar Melbourne komt.

Verder is het hier een kwestie van werk zoeken, want het doel is om hier een busje te kopen en dan de surfbaaitjes af te gaan op zoek naar surf en haaien.









Zelfs rolstoelen komen hier van rechts

maandag 25 oktober 2010

The Mask

Op de eerste dag van mijn duikcursus werd ik door mijn duikinstructor voorgesteld aan mijn "buddy" Joury (of iets in die geest). Hij was de duikgenoot die samen met mij voor het brevet ging. Het was een Duitse jongen die een tijdlang in Australie had gereisd en nu in Thailand was. Het is een beste vent maar ik dacht in het begin serieus dat hij me in de zeik nam met zn accent. Het is nog 10x erger dan de badguys in Die Hard zoveel en die van The Big Lebowski bijelkaar. Echt verschrikkelijk gewoon. Nou kan ik me daar normaal wel overheen zetten, maar hij weet na elke zin van de instructeur een "uhuh hmmm ja ai sie" te plaatsen, en aangezien een instructeur nogal veel verteld zat de Joury dus constant te hmmmjoaaauhaIsiejoaaaa'en, tot vervelens aan toe.

Mijn duik instructeur was een relatief kleine maar ronde man van in de 30. Hij had het formaat van een teddybear dus naar alle waarschijnlijkheid komt daar ook zijn naam, Bear, vandaan. Hij heeft ergens tussen de 1500 en 2000 duiken gemaakt, maar was te lui om het allemaal bij te houden dus hij heeft eigenlijk geen idee.

De eerste dag begonnen we met wat theorie over het duiken en de uitrusting, waarna we 's middags de boot op gingen om te duiken. De eerste duik was naar 12 meter om te kijken hoe alles werkt, en onderwater wat oefeningen te doen waaronder de favoriet bij mij: je masker afdoen, weer op doen en vervolgens door met je neus uit te ademen het water uit je masker te "clearen". Vervolgens mag je de minuut erna doorbrengen met stekende doorgezoutte ogen. Niet echt fijn.. Of zoals onze Duitse vriend zei: joaa riellie not nais hah! Verder deden we nog wat oefeningen om je ballans te houden onderwater, wat nog niet mee valt want zodra je uitademt zak je en zodra je inademt….juist. Dus het was indrukwekkend om te zien hoe de Bear op 1 niveau kon blijven, het leek net of hij langs een rails door het water ging. Hoe meer we doken hoe beter het ging natuurlijk. De tweede dag gingen we wederom naar 12 meter en zagen we roggen, een baracuda van een goeie 1,5 meter en duizenden andere dansende visjes en koraal. Het is daar beneden echt een goeie party, alles beweegt en danst, planten hebben in 1x een mond, of ze verdwijnen plotseling in een rots, vissen die alleen maar achteruit zwemmen en meer van dat soort bizarre fratsen. En dat alles met het prachtige blauwe kraanwater en het gekleurde koraal.

De derde dag dat we op de boot gingen leerden we wat freedive technieken. Hierbij ga je met alleen je vinnen, je masker en een snorkel het water in, waarbij je een goeie hap adem neemt en tot 20 a 25 meter diep kan duiken. Wel na wat trainen natuurlijk maar je schijnt al na 5 dagen je adem 3 minuut in te kunnen houden. Ik kon me er prima mee vermaken, zeker aangezien je vrijwel geen uitrusting hebt en zo vrij bent als een vis, al gingen we niet verder dan 6 meter omdat onze longinhoud simpelweg niet toereikend is voor grotere dieptes.

Vandaag gingen we voor 2 duiken van 18 meter. Vroeg in de ochtend vertrokken we met de boot richting Twins Rock. Een duikspot waarbij er 2 rotsen naast elkaar onderwater staan, met een "oase van flora en fauna" eromheen, erop, eronder of erin. Tijdens de eerste duik moesten we wederom de oefening doen met het masker, maar nu op 18 meter (de druk is daar 3 bar, 3x zo hoog als bovenwater). Ik liet mijn masker vol lopen met water en op het moment dat ik hem afdeed kwam er op 1 of andere reden water in mijn zuurstofunit die je in je mond hebt. Hierdoor kreeg ik een hap water binnen, maar we hadden geluukkig 2 manieren geleerd om het water uit die unit te krijgen. Manier 1 was hard uitblazen waardoor het water uit de unit geblazen werd. Na het water doorgeslikt te hebben ademde ik goed in om de restanten water uit mijn unit te blazen, maar ik kreeg wederom een hoos water binnen en nu had ik dus ook geen lucht meer in mijn longen. Ik had inmiddels mn masker weer op mijn hoofd weten te plaatsen maar die zat nog vol met water, dus ik kon amper iets zien. Intussen had ik dus al 2 inademingen gemist en dat is allerminst prettig op 18 meter diepte. Ik gaf aan aan Bear dat ik geen lucht kreeg, en hij propte snel mijn reserve zuurstofunit in mijn mond (aangesloten op dezelfde tank). Ik probeerde te ademen maar kreeg ook via die tweede unit een hapwater binnen. Toen sloeg de paniek redelijk toe bij mij want ik kreeg toch wel redelijk behoefte aan zuurstof. Ik gaf aan met het gebaar dat ik wederom geen lucht kreeg, maar ik denk dat hij de paniek ook wel in mijn ogen kon aflezen. Hij duwde snel zijn primaire zuurstofunit in mijn mond, want daarvan wist hij zeker dat die werkte. Hij nam zelf zijn secundaire, en ondertussen probeerde ik al hyperventilerend naar adem te snakken door de unit. Echt, ik vind alles prima, maar geen zuurstof hebben op 18 meter diepte is het laatste waar je zin in hebt als je aan het duiken bent. De oppervlakte is vrij ver weg dus om even naar boven te zwemmen om de boel eens even te inspecteren en rustig naar adem te happen heb je niet, dus het enige wat er dan gebeurd is dat je lichaam in paniek raakt, je niet meer nadenkt en het enige wat je doet is naar lucht happen. Na een aantal seconden was alles gelukkig onder controle door de lucht die ik kreeg van de primaire van Bear en kon ik de oefening afmaken. Bear knutselde wat met mijn unit en gaf het uiteindelijk terug. Het werkte en ik kon verder, maar vanaf moment dook ik niet echt relaxed en denk je bij elke had lucht die je wilt nemen na, terwijl het eigenlijk inmiddels een soort automatisme was geworden. We gingen verder met de duik die totaal zo 'n 30-45 min duurt, ligt aan de hoeveel zuurstof die je hebt en hoe diep je gaat. Toen we aan de oppervlakte kwamen vertelde Bear dat hij ook een flinke hap water in zijn bakkus had gekregen toen hij mijn unit probeerde, maar op de een of andere manier was het verdwenen toen hij het nog een paar keer probeerde. Het eerste wat ik deed toen ik op de boot was is de zuurstofunit wisselen, ik wist niet hoe snel ik dat ding van mijn fles moest schroeven. Echt, niet kunnen ademen zo diep onderwater moet ongeveer hetzelfde voelen als een astronaut die per ongeluk zijn space shuttle loslaat en langzaam ervan vliegt, zonder iets te kunnen doen wat hem terug brengt..(al is mijn ervaring als astronaut zeer gering). Als dan ook je reserve unit het laat afweten voel je je als onervaren duiker toch minder prettig daar beneden.

De duik erna was wederom tot 18 meter, en onderweg zagen we een schildpad voorbij komen, en wederom weer een hoop rare vissen. Een prachtig raar wereldtje daar beneden, maar ik dook lang niet meer zo relaxed als de duiksessies voor die grap met het waterhappen. Aan het einde van de dag was het tijd voor het examen, die ik geluukkig haalde, en waardoor ik me dus officieel duiker mag noemen! Hiep hoi.

Morgen varen we uit naar een van de mooiste plekken van het eiland, wat meteen een duik is van 30 meter, die meetelt voor mijn mogelijke vervolg brevet (Advanced Open Water). Ik twijfelde erg of ik mee zou gaan aangezien mijn vertrouwen in de apparatuur toch enigszins gedaald was, maar aan de andere dacht ik dat als ik nu niet ga ik waarschijnlijk ook nooit dat vertrouwen zou terug winnen, dus op naar de 30 meter duik.

Verder een huishoudelijke mededeling voor een ieder die zich er druk om maakt: ik heb mijn vlucht naar Sydney een paar dagen vervroegd omdat het toerisme hier me redelijk de neus uit komt. Gelukkig valt Ko Tao nog wel mee, maar voor mij is het tijd om ergens anders heen te gaan. Woensdagochtend kom ik aan in Bangkok waar ze naar het schijnt met zandzakken in de weer zijn om het water van de moesson buiten te houden. Wellicht dat ik de boot naar het vliegveld neem. Donderdag kom ik aan ik Sydney waar er wederom goeie tijden zullen aanbreken!!!


Tijdens de laatste 2 duiken ging er een camera man mee, dus voila, zowaar een filmpje. Geen footage van mijn dodemansmoment, maar genoeg mooie andere momenten. Ik heb de film net gezien en krijg hem morgen. Als het internet meewerkt knal ik hem op mijn blog, dus houd die houdoeuitderimboe in de gaten!




zondag 17 oktober 2010

Bounty Island time

Nadat ik aangekomen was in Chiang Mai boekte ik meteen mijn volgende trip. De mensen van het grote jungle avontuur bevolen mij een andere tocht aan door de bergen van Chiang Mai (province). Na een goeie nacht geslapen te hebben in het altijd gezellige Mojito Hostel werd ik de volgende ochtend opgepikt en wederom achterin een jeep gegooid. In die jeep zaten 2 ierse gasten, 2 meiden en een gast uit OZ, een meid uit Canada, allemaal van rond mijn leeftijd. Ook was er een Frans echtpaar van een eindje in de vijftig. Na een bezoek aan een lokale markt was het tijd om richting ons startpunt te rijden. Na een uurtje hiken kwamen we aan bij een mooie waterval, en aangezien hier vrijwel geen bloedzuigers zitten (in Laos kon je ze om de 100 meter van je been branden) was het tijd voor een douche. Na wat afgekoeld te zijn door de waterval was het tijd om naar een dorpje boven in de bergen te lopen. Het was mooi om te zien hoe iedereen er nogal wat moeite mee had, maar vergeleken met Laos was het echt een peulenschilletje (peuleschilletje?).

Het Franse echtpaar sprak echt geen enkel woord Engels, echt nul. Dus toen een van gidsen een hol van een tarantula liet zien (die er ook in zat, met zn pootjes naar voren, echt master) dachten ze dat het om de wortels van de boom erachter ging. Toen we boven waren was het tijd om even te douchen in een bamboehutje en vervolgens heerlijk te dineren op de grond van een grotere bamboehut. We waren allen enorm verrast toen de pan open ging en er rijst in zat. Dit samen met kip maakte het werkelijk een feestmaal van ongekende hoogte. Het was, zoals als al het eten hier, wederom heerlijk.

Na het eten was er een kampvuur, bier en muziek. De Thaien pakte hun gitaar erbij en speelde de ene hit naar de andere. In het begin dacht iedereen dat ze gewoon de Thaise versie van het nummer zongen maar op een gegeven moment bleek dat ze er gewoon geen woord van snapten en iets in het Engels brabbelden. Het Franse echtpaar ging op tijd slapen, want ze snapten toch niet wat er gezegd werd. Om half 11 ging de deur van het slaaphok open en stond daar een boze Fransman SSSSSSSST te roepen. Iedereen had zoiets van zak in de modder en het feestje werd gezelliger en gezelliger en later en later. De volgende dag was het tijd om terug naar beneden te lopen. Onderweg was er nog een grotere waterval dan de dag ervoor dus er werd wederom wat gezwommen. Halverwege de dag was het tijd voor wat white water rafting en bamboerafting. Aan het eind van de dag werden we weer gedropt in Chiang Mai en was het weer tijd om wat te gaan drinken met de mensen van het hostel. In de bar sprak ik met de eigenaar van het hostel en de bar, en die bleek een redelijk grote passie te hebben voor endurance motorcross (bijv. Paris-Dakar). De volgende dag zou hij met 2 motoren klaar om 10 uur klaar staan en zou hij me meenemen de jungle in. Dat hoef je mij geen 2x te zeggen, dus de volgende ochtend reden we richting de bergen.

Na 's ochtends nog even snel op internet opgezocht te hebben hoe je ook alweer moet schakelen met zon ding reden we de jungle in. Omlaag is allemaal prima, maar door de modder omhoog was pittig. Zeker aangezien ik in het begin niet wist wat de motor wel en niet kon, stonden we dat ding met zn 2en op te tillen en kon ik weer verder. Mn armen waren als pap toen we boven op de berg aankwamen, maar het uitzicht was wederom een toppertje. 's Avonds was mijn vlucht naar Phucket, een eiland in het zuiden van Thailand. Dit is het paradijs voor mensen die eerst jarenlang de kusten van Spanje geterroriseerd hebben, tot en met het importeren van de kroket aan toe. Mensen die van resorts houden, heel de dag bij het zwembad hangen terwijl het strand 10 meter verderop is, en het liefst heel de dag niks doen om vervolgens thuis te kunnen vertellen wat voor een prachtig land Thailand is..echt iets voor mij dus. Maar uiteindelijk is het mijn keuze om hier heen te gaan dus moet ik eigenlijk mijn mond houden. Ik kwam op het vliegveld de 2 ierse gasten tegen waarmee ik de 2e trek gedaan had. Zij hadden dezelfde vlucht als ik, en vertrekken ook de 31e richting Sydney. Aangezien we om 00u30 aankwamen was het eerst zaak om een ho(s)tel te vinden.

We troffen het, want er waren genoeg mensen die ons een taxi aanboden. Of een hotel, of een bootreis, of allebei. Ik wist meteen weer waarom Chiang Mai zo'n goeie plek was om te verblijven, en waarom Bangkok op je zenuwen werkt. Het massale toerisme, en de daarbij behorende opdringerigheid van de lokale bevolking. We belandden in een taxibusje die een aantal hotels afging. De ieren kende een ierse meid die al op het eiland was en alvast een kamer voor hun geregeld had. We moesten er alleen nog zien te komen. De taxichauffeur die we hadden was net aan zijn eerste rit als chauffeur begonnen en die vent kon echt niks. Hij moest om de kilometer stoppen om de weg te vragen. Bij elke tas of koffer die uit de bus geladen werd ging hij alles achterin uitgebreid reorganiseren, en elke stoel die vrij kwam ging hij rustig inklappen zodat we meer voeten ruimte hadden, terwijl iedereen al hartstikke ruim zat. Na 1,5 uur in die bus gezeten te hebben werden we bij het hotel afgezet en konden we eindelijk gaan slapen. Nou bleek dat er een gevulde minibar op de kamer was en aangezien iedereen toch over zn slaap heen was werd het nog een gezellige avond.

De volgende dag besloten we om een ander hotel op te zoeken. We namen een taxi, lieten het adres zien en de beste man begon te rijden..en te rijden..en te rijden. Hij stapte nu en dan uit om te vragen naar het hotel, maar het enige wat de mensen kenden was het Malibu hotel. Alle inkoppertjes over taxichauffeurs op Phucket werden gemaakt en na lang rond rijden waren we dan toch maar richting dat Malibu hotel gereden. En wat bleek, Malibu was gerenoveerd en een dag eerder geopend. Ze hadden het omgedoopt tot Bamboo Beach dus dat was de reden dat niemand het kende.

Het hotel was eigenlijk nog lang niet klaar, de gordijnen moesten nog opgehangen worden, de plantjes waren precies geplant tot en met onze 2 kamers en overal liepen nog Thaien met boormachines en kabels rond. Na onze spullen gedropt te hebben liepen we naar het strand (1 minuut lopen) en wat zag onze Luuk daar? Golven! Er lagen wat boards op het strand, en na wat rond gevraagd te hebben had ik een boardje gehuurd en kon ik lekker de zee in peddelen. Er waren nog 7 andere surfers in het water, waarvan 5 meiden, dat zie je in Nederland niet zo vaak.

Na lekker uit eten geweest te zijn was het tijd om rugby te gaan kijken in een ierse pub, toen de wedstrijd na veel geschreeuw afgelopen was liepen we het uitgaansgebied in en toen begon de nachtmerrie voor mij. Echt, het aantal trieste mensen wat hier rondloopt is ongekend. Het is misschien maar goed ook dat die niet allemaal in Europa rond lopen maar hier naartoe emigreren, want ojojoj wat een figuren. Dikke vadsige, of mannen die eruit zagen als serial killers genoten van de aandacht van de Thaise meiden. Ik kan er gewoon niet bij hoe in en in triest het is dat je zo aan je trekken (bwhaha) moet komen omdat je eigenlijk gewoon een te grote faalhaas bent in je eigen land, en het feit dat je meer geld hebt dan de mensen hier jou tot koning maakt. Maargoed.

Toen we snachts bij het hotel kwamen was het tijd voor een zwempartij in het zwembad en gingen we uiteindelijk rustig slapen, om de volgende dag de boot te nemen naar Ko Phi Phi, een mooi eiland ten oosten van Phucket. Na aankomst was er wederom een welkomstoet van opdringerige ventjes die ons allerlei hotels en trips wilden aanbieden. Uiteindelijk een hotel gevonden aan het "rustige" deel van het strand. Mijn plan is om hier nog 2 dagen te blijven met die ieren en dan weer mijn eigen weg te gaan.

Na een nachtje in het uitgaansleven dan Ko Phi Phi waarbij we de meeste tijd doorbrachten in een Reggae bar waar alleen maar goedkope eurohousedance gedraaid werd was het tijd om te gaan slapen. De volgende ochtend wilde de rest naar het strand, en ze kozen dan ook voor het strand recht voor onze deur. Het pitoreske baaitje had een prachtig uitzicht van tientallen speedboten, en de lucht werd gevuld met het geluid van de bij behorende motoren. Alsof er constant 30 Apaches overvlogen. Ik had 's nachts van een dronken Belg gehoord dat er redelijk wat afgelegen baaitjes zijn aan de andere kant van het eiland. Dus ik pakte mijn tas, mijn camera, fles water en een handdoek en begon aan een wandelingetje door de jungles van het eiland. Onderweg nog een aap aan een touwtje gezien en aan mn been gelikt door een geit. Wat een avonturen.

Na flink wat geklauter onder een parfum van zonnebrand en mosquito repelend had ik dan eindelijk een mooi strandje gevonden en kon ik mijn handdoekje uitrollen. Jammer dat ik er maar een uurtje kon blijven want ik moest terug zijn voor de zon onderging, maar het zag er goed uit daar.

De volgende dag was het tijd om met een boot de eilandjes te checken. Allemaal leuk en aardig, maar uiteraard zo toeristisch als de pest. Bamboe Island was wel echt precies zoals in de brochure; klein, wit strand, koraal om in rond te snorkelen en een lekker zonnetje.

Gisteren was het idee om de boot om naar Krabi te pakken, en ik zou vervolgens alleen door reizen naar Ko Tao. Ik kwam om 10u30 aan, maar helaas bleek mijn boot pas om 4 uur 's middags te gaan dus ging ik rond kijken in het stadje. Ik weet niet of het nou recent nog getroffen was door een tsunami, of dat er een orkaan over het land getrokken was maar het zag er niet uit daar. Na wat zonnen (ik blijf het gewoon proberen) werd ik in een bus gegooid richting de haven aan de andere kant van het vaste land. Na 5 minuten gereden te hebben was het kennelijk tijd om in een ander busje te stappen om vervolgens een half uur rond te rijden en vervolgens in een grote bus gegooid te worden. Na een uur of 2 werden we weer uit de grote bus gegooid om vervolgens met een klein busje eindelijk de haven in te rijden. De nachtboot naar Ko Tao was redelijk comfortabel. Er lagen matrasjes op de grond en een ventilator boven je hoofd. Op de boot kwam ik wat Engelsen tegen waarmee ik vanochtend op zoek ging naar een plek om mijn PADI te halen (duikbrevet). Uiteindelijk kwamen we aan bij een duikbedrijfje wat ons de cursus voor een redelijke prijs aanbood, en we konden gratis overnachten in de bamboehutjes. Straks is het tijd voor mijn eerste theorie les, en morgen de eerste duik.

Aangezien het internet hier redelijk is zal ik eens kijken of ik wat meer picca's kan uploaden!

FOTO'S!

dinsdag 12 oktober 2010

Tarzannetje spelen

In Chiang Mai hoorde ik over een Fransman die net over de grens in Laos een aantal jaren geleden onderzoek ging doen naar Gibbons, een bedreigde aapsoort. Met een expeditie trokken ze de jungle in, maar het viel toch wat tegen om door de wouden te trekken die vrij dicht gegroeid waren met oa bamboe (en dat is thai spul, ha ha). Uiteindelijk kwamen ze met een prachtige oplossing; ziplinen. Je bind een kabel aan de ene boom, vervolgens probeer je bovenop de berg aan de andere kant van de vallei te komen en maakt daar het andere eind van de kabel vast. Je maakt een katrolletje vast aan jezelf, je hangt je aan de kabel en daar ga je. Zo ontstond een netwerk van ziplines door de jungle, waarbij men van A naar B kon komen binnen een zeer korte tijd en zonder de jungle aan te tasten.



Nou is dit natuurlijk een mooi verhaal, maar het mooiste was dat het beschermde gebied nu opengesteld is. Afgelopen vrijdag begon ik aan een busreis die ietwat tegen viel doordat het de vorige avond aan de late kant was geworden en ik in het midden voorin het busje moest zitten, met mijn knieën in mijn neus. Ik had die 7 uur durende reis een klein slaapje ingepland maar die ging dus niet door. Geluukkig zat ik naast een man wiens neushaar in zijn snor overliep, en vervolgens ook zo hard door zn neus ademde dat het leek of zijn raam openstond. Uiteindelijk kwam ik aan in een dorpje in de buurt van de grens en werd ik netjes afgezet ergens midden in het dorp. Houdoe en bedankt. Ik had geen idee waar ik heen moest. Na wat praten met wat mensen bleek de rivier die de grens vormt 5 min verderop te zijn. Ik kon bij hun wat dollars wisselen die ik nodig had om mijn visum te kopen en ze waren zo vriendelijk om mij bij de boot af te zetten. Zo stak ik de grens over naar Laos op een bootje zo breed als m'n kont. Ik durfde me niet totaal niet te bewegen met mijn backpack op mijn rug want dat ding was zo gammel dat het elk moment kon omslaan. Toen ik aan de overkant was en eindelijk aan mijn neus durfde te krabben meldde ik me bij het kantoor van de Gibbon Experience.

De volgende dag vertrok ik met 4 anderen in 2 jeeps richting de jungle. We moesten onze weg banen door een rivier en veel modderwegen (het is hier nog steeds het eind van de moesson). Halverwege stopten we, werden de scheppen uit de jeeps gepakt en moest de weg even aangepast worden omdat we er anders niet door konden. Nadat we gedropt werden in een dorp en voorgesteld werden aan onze gids gingen we te voet verder. Na ongeveer 5 stappen mochten onze schoenen uit want er moest wederom een rivier overgestoken worden. Na langs wat rijst velden getrokken te zijn begonnen we aan een flinke hike over "paden" door de jungle, die in sommige gebieden echt 1 grote glibber partij waren door de modder. In het begin probeer je je schoenen nog enigszins schoon te houden, maar na 15 minuten snap je ook wel dat je beter in een flinke pot modder kan stappen en er zeker van te zijn dat je blijft staan dan uit te glijden en helemaal onder te zitten. Al vasthoudend aan bamboe en boompjes probeerde je je een weg voort te banen. Op een gegeven moment kwamen we bij een jungle dorpje en kregen we onze zipline gear. Een flinke hike later was het dan zover, de eerste zipline. Je maakt je vast aan de kabel en zet je af. Je kon het eind niet zien, alleen maar een paar bomen waar je rakelings langs ging. Met een noodgang dender je langs die bomen. De herrie van de katrol deed pijn aan je oren, maar als je eenmaal die bomen voorbij bent en over een van de vele valleien vliegt interesseert je die herrie helemaal niks meer. Echt ongekend wat een uitzicht. Je ziet jungle zover als je kunt kijken, en onder je zie je de boomtoppen voorbij razen. En dan heb je het niet over een Hollandse eik, die bomen daar zijn echt echt hoog. Tussendoor moest er nog flink wat gehiked worden om bij de volgende sessie ziplines te komen, maar het was het allemaal honderd keer waard. Je dronk liters water per dag, maar je hoefde nooit te plassen, het zweet kwam echter uit alle porien van je lichaam. Ik was dan ook blij dat ik een camelbag had (waterzak, stoma, hoe je het noemen wilt) zodat ik niet steeds mn tas hoefde open te maken om een slok uit een fles te nemen.




We zouden slapen in een treehouse, waarbij ik moest denken aan de treehouses zoals in Zuid-Afrika. Een kleine 10 meter in een boom met een trap er naar toe. Hier was het een ander verhaal. De treehouse bevond zich in de top van de boom op zon 40 meter hoogte, met een uitzicht van heb ik me jou daar. De enige manier om er naartoe te komen mag je zelf raden..Er was natuurlijk echt grappig om al zippend "thuis" te komen en "Honey I'm home!" te roepen. De eerste avond brachten we door met kaarten en ondertussen zat er een bidsprinkhaan op tafel die goed gebruik maakte van mijn zaklamp. Terwijl wij aan het kaarten waren at hij de hoofden van flink wat motten op, waardoor er aan het eind van de avond een berg vleugeltjes overbleef.


Ik sliep bovenin de treehouse, maar het duurde een paar uur voor ik kon slapen. De treehouse is helemaal open, met alleen een vloer, balustrade en een dak. Overal om je heen hoor je geluiden, de een wat verder weg, de ander naast je. Uiteindelijk maar muziek in mijn oren gestopt want ik had de hele tijd het gevoel dat er iets naast me op de houten vloer aan het rondsnuffelen was.

De volgende ochtend werd ik gewekt door een geluid dat je nog het best kan omschrijven als een groep kinderen die met autojes aan het spelen waren..ja sorry. Het waren de gibbons maar het kwam uit een vallei verderop want er was verder niets te zien.

Nadat we ons ontbijt ophadden zag ik een tak bewegen terwijl alle andere bomen stil stonden. Even later zag ik een gevaarte van boom naar boom slingeren..dat kon natuurlijk twee dingen betekenen; of Tarzan was niet verzonnen, of het waren gibbons. Geluukkig waren het de gibbons. Er leefden 6 families in het beschermde gebied, bestaand uit meestal 4 a 5 apen. Later bleek dat wij de grootste familie gezien hadden, want we telden in totaal 4 vrouwtjes (bruin) en 4 mannetjes. Met een telescoop die in de hut stond konden we ze van dichtbij bekijken. Al deden de beesten niet meer dan hangen en eten, het was toch aardig om dat eens te zien want niet veel mensen krijgen die kans.



De rest van de dag brachten we rondtrekkend door de jungle door, en niet te vergeten ziplinend. De langste was 400m en ze hadden een maximale hoogte van 240 meter. Echt, op het filmpje en op de foto's ziet het er allemaal leuk uit, maar je moet het zelf doen om te zien hoe hoog het is, hoe hard je gaat en hoe f_cking vet het uitzicht is. Het slaat eigenlijk nergens op dat je zo boven de jungle vliegt met alleen een katrolletje.



De tweede nacht gingen we wederom een potje kaarten, tot ik en de andere man van het stel (een sportieve Ier van 25 jaar) een spin zagen lopen naast ons. Nou weten de mensen waar ik mee in het Kruger Park was dat daar echt veel flinke spinnen zaten, maar zo groot als deze had ik nog nooit gezien. Het had de grootte van mijn hele hand, een dik, fatsig lichaam, haren, en bijna al zn ogen reflecteerde in het licht van de zaklamp. Echt, dat ding was echt echt nasty. De meiden zette het een op een gillen en vonden dat dat ding meteen dood moest. Ik vond het zielig voor het dier om hem te doden (laten we het daar maar op houden inderdaad) en de Ier riep alleen maar (fonetisch): Oi Fokn Hoit Spoidrs. Uiteindelijk verdween de spin over de rand van de boomhut. We moesten de meiden 200x verzekeren dat hij echt weg was, alhoewel hij natuurlijk gewoon onderaan de rand zou kunnen zitten.

Uiteindelijk was het tijd om naar bed te gaan, ik was bezig boven in de hut mijn bedje klaar aan het maken tot ik beneden een gil hoorde. Dat kon natuurlijk maar 1 ding betekenen, onze harige vriend was terug. Na een veelvuldig KILL IT KILL IT KILL IT hoorde ik een flinke pets en daarmee was het over voor de spin. Een van de meiden had een schoen gepakt en de spin naar de eeuwige jachtvelden gestuurd. Op dat moment was ik blij dat ik boven zat.

Ik had mijn zaklamp op mijn hoofd aangezet, het licht uitgedaan, mijn bedje opgemaakt en kroop onder mijn klamboe om lekker te gaan slapen. Op het moment dat ik ding liggen scheen het licht in de nok van mijn klamboe en kreeg ik een hartstilstand..echt, er zat minstens zon dikke unit als een aantal seconden geleden onder mij vermoord was in de nok van mijn klamboe. Zn ogen reflecteerden in mijn zaklamp en ik wist niet hoe snel ik hem uit mijn klamboe moest peren. Onder een luid geWAAAAAAAH stormde ik het trappetje af naar de rest. Nadat ik verteld had wat er aan de hand was heb ik maar een nachtje bij de anderen door gebracht. Echt weinig kans dat ik dat ding uit mijn klamboe ga vegen. Dan maar een mietje, ik moet nog maar eens zien hoeveel van jullie die spin daar weggehaald hadden. Dit was echt een exemplaartje van National Geographic Channel.

Achteraf bleek het ook maar goed te zijn dat ik die spin niet uit mijn klamboe ben gaan peuteren, want de gids vertelde dat er giftige exemplaren tussen zaten (dit is overigens geen excuus natuurlijk :-) ), dus het was maar goed ook dat ik het gevecht niet ben aangegaan. Het beeld zie ik nog zo voor me, lekker achterover op het matrasje gaan liggen en ineens zie je 1,5 meter boven je die vriend zitten. De kans bestaat overigens ook nog eens dat we de nacht ervoor ook al samen doorgebracht hebben aangezien ik mijn klamboe altijd goed dicht stop onder mijn matras en hij er theoretisch niet in had kunnen komen, maar daar denk ik liever niet over na.

De volgende ochtend was het tijd om terug te gaan, maar niet voordat we nog 1x een mooi parcours van 4 ziplines gingen afleggen, 2x 400m heen, en 2x 400m terug. Het bleef gewoon prachtig om Tarzan te spelen.

Uiteindelijk via een nachtje in Laos en een veel comfortabelere busrit (voor de helft van de prijs dan de heenweg..) ben ik nu weer terug gekomen in hetzelfde hostel (Mojito Hostel) in Chiang Mai. De mensen hier zijn echt goed volk, dus na een welcome home! meteen de foto's laten zien en de verhalen verteld. Morgen ben ik weer op pad voor een 2 daags trektocht, maar die zal toch een stuk minder spectaculair zijn dan de Gibbon Experience.



woensdag 6 oktober 2010

Chiang Mai

Maandagochtend half 11 vloog ik naar Chiang Mai, de grootste stad in het noorden. Na aankomst op het vliegtuig traditioneel het boekje opengeslagen en gekeken waar ik zou gaan slapen.

Nadat ik mn tas in de kamer gedropt had ben ik de stad maar eens ingelopen. Chang Mai vind ik echt zoveel beter dan Bangkok. Bangkok bestaat uit heen en weer rennende mensen, toeterde tuktuks en een straat oversteken kan (en dat is geen grap!) makkelijk een paar minuten duren. Zebrapaden hebben geen betekenis, laat staan dat ze je uberhaupt ergens voorrang geven. In Chang Mai krijg je zelfs voorrang als je niet eens wilt oversteken. De mensen lachen naar je (of om je, dat is natuurlijk moeilijk te peilen), en de tuktuks zijn niet opdringerig, ze kijken je aan van "moet je?" en als je laat merken dat je gewoon lekker aan het wandelen bent dan rijden ze rustig verder. De hele sfeer is hier echt laid back. Mensen spreken je aan zonder meteen al het geld uit je portemonnee te willen praten en de toeristen wandelen rustig een rondje, of drinken onderuit gezakt een drankje op een terrasje.

Na wat uren rondstruinen door het oude centrum en Chinatown kwam ik een poster tegen van een Muay Thai evenement die avond. Geïnteresseerd als ik altijd ben in lokale sporten leek het me wel wat om daar heen te gaan. De verhalen gaan de ronde dat het hier in het noorden redelijk hard en lang doorgaat. Maar uiteindelijk viel het wel mee. Al was het met zn 4en geblinddoekt vechten flinke pret, met name omdat de scheids er een aantal keer goed van langs kreeg. Na de wedstrijd werd ik voor een euro weer netjes bij het hostel met de tuktuk afgezet.

Gisteren en vandaag had ik een motortje gehuurd om wat rond te rijden. Nou dat is me wel bevallen! Ik had zo'n grote glimlach op mn mond dat ik er een droge bek van kreeg. Ik wilde wat rondjes rijden van tempel naar tempel, en dat zijn er nogal wat. Oriënteren hier valt nog niet mee, aangezien de namen vaak fonetisch vertaald zijn. Zo stond er dus Wang Chao Kaou op de kaart, maar uiteindelijk bleek dat hetzelfde te zijn als Wang Chau Kaow wat dus op het bordje stond. Ook is het lachen gieren brullen als je de ingang van de tempel voorbij rijdt, aangezien het vaak 1 richtingsverkeer is, en je dus alweer een rondje moet rijden om nog een poging te wagen. Zo heb ik inmiddels al flink wat kilometers op zitten. Verder was ik vandaag bij een prachtige tempel, echt ik had nog nooit zoiets gezien..dacht ik, want na 10 minuten bleek dat ik er gisteren ook al geweest was, maar toen was ik binnen gekomen via de achterpoort. Die buddha is verder een beste vent, maar uiteindelijk zijn al die tempels hetzelfde en kan je aan het eind van de dag geen Buddha meer zien.

Verder was er ook een tempel waar een aantal gouden monnik beelden naast elkaar zaten (zie foto), met in het midden een echte monnik. Ik wilde een foto maken, maar ik wist niet echt of dat gewaardeerd werd. Dus ik stond daar te twijfelen, en er stond ook een grote donation box naast maar ik had verder geen geld meer bij me. Na wat bedenkingen besloot ik nog maar even buiten een rondje te gaan lopen want het zonnetje begon mooi te schijnen. Toen ik 5 minuten later terugkwam stond er een chinees 1 meter voor de neus van die monnik met zn telefoon een foto te maken..bleek het een wassenbeeld te zijn. Ik voelde me toen wel redelijk tuktuk genomen.

Verder heb ik wat foto's laten maken op de traditionele Aziatische manier. De meiden die bij dat fotoding werkten kwamen niet meer bij van het lachen.

Vanavond zal er hier in het hostel waarschijnlijk weer een potje asshole gespeeld worden (kaarten) met een bierie en wellicht dat we daarna weer naar de reggae bar gaan. Ik vermaak me hier wel!




zaterdag 2 oktober 2010

Bangkok pt. 1

Eindelijk zat ik dan eindelijk in het vliegtuig van China Airlines. Destination: Bangkok. Het vliegtuig leek echter meer op een tijdmachine, de 3 (kleuren!)tv's in het hele vliegtuig stamden nog uit de tijd dat de cowboyfilms naar Azie kwamen. De hele vlucht stonden er dan ook cowboy en ninja flims op met het nodige geschreeuw en geschiet, als ik de koptelefoon van mn buurman mag geloven.

Na een heerlijk diner van wat 168 met 93 en 23 zat mijn buikje vol en heb ik eigenlijk de rest van de vlucht alleen maar geslapen. Op een of andere manier ben ik op een plaatsje bij het raam terecht gekomen terwijl ik toch echt bij het pad hoorde te zitten. Ik denk dat de man naast me verkeerd gekeken had en mijn plekje bij het gangpad al toegeëigend had, good for me. Er stond alleen een stoel schuin voor me, dus ik kon mooi mn benen er langs leggen, en er stond geen stoel achter me, dus ik kon ook nog eens lekker achterover hangen. Ik heb zelden zo'n goeie vlucht gehad, ondanks het ontbreken van Disney films en spelletjes op een flatscreen in de stoel voor me.

Eenmaal door de douane was het tijd om eens te gaan kijken waar ik heen wilde. In mn Lonely Bible stond een hostel dat me wel aardig leek. Dakterras, midden in Bangkok en ik kon er ook slapen. Ik besloot om er met de taxi heen te gaan. Geluukkig sprak ik zowat nog beter Thais dan dat de taxichauffeur Engels sprak, dus met veel aanwijzen en straatnamen schreeuwen snapte hij dan eindelijk waar ik heen wilde, of niet.

Nadat ik mn spullen in mn kamer gedropt had ben ik maar eens rond gaan neuzen. Ik werd meteen aangesproken door een Thai, die vol interesse vroeg waar ik vandaan kwam, hoelang ik bleef, etc je kent het wel. Hij vertelde mij dat ik erg veel geluuk had, want de regering had bepaald dat precies vandaag iedereen voor 20 batties (50ct) met de Tuktuk 3 uur lang kon rond rijden langs de meest mooie tempels en factory stores. Hij tekende in mn boekje een route met een soort van Thaise/Engelse beschrijving ernaast. De tuktuk actie duurde maar tot 1 uur 's middags dus ik moest nog opschieten ook.

Het was alleen van toepassing op tuktuks met een Thaise vlag op het dak en laat er nou net toevallig een vriend van hem in zo'n dergelijke tuktuk voorbij komen. Vol enthousiasme werd me de weg naar de tuktuk gewezen, maar ik vond het allemaal net iets te mooi voor woorden. Ik zag me al met die tuktuk verdwijnen in een steegje en aantal uren later in mn nakie en vastgebonden op straat gegooid worden.

Ik hing een vaag verhaal op van mjaaa nee joh, ik zit hier nog op een vriend te wachten, ik zou graag mee gaan maarja, ik weet ook niet waar die gast blijft. Ik zal eens gaan zoeken, en ben hem er tussenuit geknepen.

Ik stond op de hoek van een kruispunt om over te steken en er kwam weer een tuktuk aan, incl. Thais vlaggetje. De jongen vertelde mij exact hetzelfde verhaal als de man die ik 5 min geleden ontmoette. Ik liet hem de getekende kaart zien en hij vertelde mij dat dat wel de meest interessante tempels waren, en dat ik (wederom) geluuk had, want er zaten tempels bij die maar 1 dag per jaar open waren, nu dus.

Nou zaten er op het bankje vlak achter ons een paar agenten enorm hard te werken, die ondertussen het gesprek van mij en de tuktukker een beetje aan het volgen waren. Ik keek naar de tuktuk en bedacht me dat als het echt een complot was ik nog de mogelijkheid had om eruit te springen, en die jongen anders echt niet een toerist had uitgezocht die voor een groep agenten stond. Dan had hij wel gewacht tot ik aan de andere kant van de straat was.

En zo zat ik 3 uur lang in een tuktuk die door Bangkok van tempel naar tempel knalde. Song Boy (dat is wat er van kon maken) kende de stad op zn duimpje en zodoende scheur je 2 uur na je landing door steegjes, over stoepen en over bruggetjes door Bangkok. Het dak van die wagentjes is bijzonder laag, dus als iemand 2 witte benen een paar glimmende Assics (thanks Ghustler!) en shorts voorbij hebben zien rijden dan was ik het.

Vervolgens ben ik op het terras naar de bliksem boven Bangkok te kijken, en volgens het weerbericht kan dat nog wel even duren:





zondag 18 juli 2010

The Plan

..en voor je het weet heb je alweer een leuk weekendtripje geboekt naar Australie. 1 oktober vertrek ik richting Thailand om daarna op 31 oktober via Taipei, Taiwan door te vliegen naar Sydney. Na een jaartje vliegt mijn gebruinde lichaam terug naar Taipei om daar een weekje rond te kijken, waarna ik naar Hong Kong vlieg om wederom een week rond te kijken. Vanuit Hong Kong zal ik weer terug vliegen naar Nederland. Ik kijk nu al uit naar het altijd warme onthaal op het vliegveld.