woensdag 20 juli 2011

St. Kilda times

En toen zat ik in het vliegtuig richting Bangkok. Nadat Rik en ik in Melbourne aangekomen waren was er nog een paar dollar over. We zochten een plek om de bus te parkeren en vanuit daar liepen we elke keer naar de stad om water en eten te halen. Er zaten nog een paar druppels benzine in de tank en die wilden we bewaren voor degene die een proefrit wilde maken. Elke avond was er bij de Victoria Market een voedsel hand-out waar de lokale daklozen en junkies wat bammekes konden halen. Aangezien er vrijwel geen geld meer was stond ik daar elke avond in de rij voor een boterham met kaas en een halve donut. Je maakt daar al snel vrienden en iedereen kent elkaar. De een komt aangelopen in een jurk, de ander in een korte broek waardoor je de bloedvlekken op zn benen en armen kon zien zitten. Maargoed, eten is eten en na een paar dagen kwamen er twee Franse meiden naar de bus kijken. Aangezien Rik en ik geen papieren of iets hadden voor de bus was het vrijwel onmogelijk om hem te verkopen, zeker gezien de strikte regels hier in Australiƫ tussen alle staten. We lieten de motor aan de meiden zien maar ze verzochten ons de klep weer naar beneden wilden doen want ze snapten er toch allemaal niks van. Ze vroegen hoeveel het was en liepen naar de pinautomaat. Ze konden die dag maar de helft opnemen maar de volgende ochtend spraken we vroeg af, zij brachten het geld, wij de bus. Zonder ook maar een proefrit gemaakt te hebben betaalden ze ons en gaven we ze de sleutel. Echt, ik denk dat dit de twee meest naive mensen zijn die ik ooit ontmoet heb. Aangezien de bus zelf echt bijzonder goed was voor een backpackersbus, geen roest, 170.000 km's en nieuwe banden voelde ik me niet al te schuldig.





De buit werd verdeeld en Rik en ik gingen onze eigen weg. Ik zocht een hostel op en ging op zoek naar een baan. Ik kon eindelijk weer doen wat ik wilde zonder dat er ook maar iemand was waar ik rekening mee moest houden. Als ik zin had om heel de dag midden op de stoep te gaan liggen of om koppeltje te gaan duikelen in het park was er niemand die me tegen hield. Na een paar dagen vond ik een baan bij een promotie bureau in de beurt van St. Kilda. In Nederland zijn het alleen nog de Jehova's en hier en daar een verdwaalde kunstenaar die het doen, maar in Australie is het nog altijd een invloedrijke vorm van sales; doorknocking. Het doel was om mensen een donorschap van de Australian Conservation Foundation van 2 jaar lang $29,- per maand aan te bieden. Je klopt op een deur, doet je praatje, zorgt dat je binnenkomt, je doet je presentatie, mensen vullen het formulier in, je maakt een telefoontje naar het kantoor om alle gegevens te checken en je loopt naar buiten met de credit cards gegevens van die persoon. Ik denk niet dat het in Nederland zou lukken, maar in Australie kom je met een paar slechte grappen en een accent verder dan ik ooit had gedacht. Het mooie van dat baantje was dat je dus ongeveer een uur bij mensen thuis zit, een leuke manier om eens te kijken hoe het er aan toe gaat achter de Australische voordeur. Aangezien vrijwel elke Ozzie na het werk bier drinkt was het vaak het doel om elke dag minimaal 1 biertje regelen. Je vrees voor honden verdwijnt ook na een tijdje, want het gebeurd bijna dagelijks dat je door een hekje de tuin in wandelt en er een kwijlende viervoeter de hoek om gestormd komt. Het blijft altijd bij blaffen en je kan maar beter doen alsof die hond je grootste vriend is, want het is de grootste vriend van het baasje, en je wilt binnenkomen dus moet je zorgen dat het baasje ook jouw grootste vriend wordt..tot je zijn huis weer verlaat want dan wordt zijn buurman je grootste vriend. Mensen kopen van mensen die ze mogen, dus het enige wat je de hele dag deed was "5minutefriends" maken. Als je een week door zo'n dorp rondgelopen hebt en je wandelt een keer de supermarkt in dan herken je altijd de helft van de mensen. Oudere mensen waren vaak een nachtmerrie omdat ze je eerst een uur bezig houden met al hun familie drama's en dan aan het einde vaak geen bankrekening blijken te hebben (jaja dat bestaat nog hier). Dan loop je de deur uit en dan bedanken ze je voor het fijne gesprek, totaal onbewust van het feit dat ik daar nou niet bepaald kom om eens even bij te kletsen. Al met al is het een prima baantje, ik had na 3 weken een aantal dagen de hoogste score van het land, wat natuurlijk ongekend cool is, maar om echt geld te verdienen kan je beter op een farm gaan beunen. Rick (van Laarhoven), Guus, Joeri en Fabrice zijn in juli in Thailand en aangezien ik nog een ticket naar Bangkok op de plank had liggen leek het me wel leuk om de dagelijkse sleur hier in Melbourne te onderbreken met een vakantie naar Zuidoost Azie.

En zodoende zit ik dus in de viezeventjesvlucht naar Bangkok. Ik vraag me toch altijd af waarom mensen een vliegtuig inwandelen met een boardingpass in de hand, om bij elke rij het nummer op de ticket te checken, vervolgens het nummer van de rij boven de stoelen, en daarna weer de ticket en dit bij elke rij stoelen alsof ze de 10 verschillen zoeken. Het lijkt me niet al te moeilijk om een getal en een letter te onthouden, en aangezien er enige volgorde in zit zou je direct naar de goeie rij kunnen lopen. Met een smakkende Chinees naast me die heel hard uit zijn neus ademt vermaak ik me verder prima hier. Ik heb die beste vent nog een tijdje bezig gehouden met het leeslampje boven me dat je met de afstandsbediening naast je aan en uit kan doen. En terwijl de zon aan deze kant van de wereld langzaam boven de wolken uitkomt ben ik benieuwd wat voor weer het is in Thailand en wat er dit keer allemaal te wachten staat.

[Ik heb de laatste 2 maanden vrijwel geen foto's gemaakt, maar dat komt wel weer goed in Thailand]