De volgende dag reden we, zonder succes, naar een verlaten walvisspotspot om vervolgens naar Adelaide door te cruisen. In Adelaide was het plan om de van te verkopen zodat we allebei weer onze eigen weg konden gaan. Via de heuvels, met het zonnetje door het raampje reden we de stad binnen. 's Avonds checkten we bij een paar campers op de parkeerplaatsen wat de gang van zaken hier was wat betreft overnachten in je busje. Een paar Fransen hadden een mooi plekje langs het strand vertelden ze. De parkeerplaats zou om 22u sluiten en dan konden we hun volgen naar die spot. Het werd een gezellige avond met de backpackersdrank numero uno; Goon. Het is goedkope wijn in een 4 liter zak. Niet te zuipen maar voor een krat bier (hier in dozen) betaal je al snel 50 dollar (35/40 euro), en dat zijn geen grappen. Aan het eind van de avond reden we achter de Fransen aan, en zo werden we wakker met het zonnetje in ons gezicht en elke 5 seconden een andere vrouw van middelbare leeftijd langs je ramen die het vet eraf aan het rennen was. We reden terug naar de parkeerplaats van de avond daarvoor en daar ontmoetten we de andere busjes ook weer. De daaropvolgende dagen childen we overdag op die parkeerplaats bij het strand, wat later ook nog eens een kitespot bleek te zijn. Na een aantal dagen reed er een stoet van 4 campers naar de straat langs het strand om daar te gaan slapen, en vervolgens weer naar de parkeerplaats om daar in de zee te zwemmen, te koken of een potje te voetballen. Dat kan natuurlijk niet heel lang goed gaan midden in een stad, dus op een ochtend werden we gewekt door John Gray. John Gray had een beste pens, een kaal hoofd, een naambordje en hij was van de gemeente. Hij klopte op het raam, ik deed het raampje open en hij stelde zich netjes voor Hij vroeg wat we aan het doen waren en na het zien van mijn slaperige hoofd dat nog lang geen zin had in al dat daglicht, vertelde hij meteen maar dat het verboden was om daar te slapen en of we wilden vertrekken. Op de parkeerplaats werd het zaakje eens besproken met iedereen en 's avonds zouden we opsplitsen door de stad. Dit hebben ze bij de gemeente waarschijnlijk ook door gehad en de volgende ochtend kwam er iemand van de gemeente naar de parkeerplaats om ons nog eens duidelijk te vertellen dat het illegaal was om te kamperen, en vervolgens noteerde hij demonstratief ons nummerbord in zijn kladblokje. Sindsdien slapen we elke keer wat verder weg, en dat werkt prima.
Ergens onder Adelaide ligt een stukje kust wat redelijk goede swell heeft, en we besloten om er eens heen te rijden want de statistieken beloofden goeie golven. De spot, Middleton Point, was vrij rommelig maar voorin waren wel wat lijntjes om te rijden. Later gingen we wat boodschappen doen en liepen even een surfwinkeltje binnen om te kijken naar alle mooie spulletjes. We spraken de chick van de shop en die vertelde ons dat er in Victor Harbor een soort heuvel/rost in zee stond die de Bluff heette, en daarachter was een klein baaitje met goeie surf. We reden erheen, maar we zagen zoveel rosten het water uit steken dat we er niet in gingen. We sliepen op de Bluff zelf en de volgende dag ontmoetten we daar Luke die rustig in zijn busje een biertje dronk. Een dude van een stukje in de 30, blonde dreads en hij zat onder de verf want hij kwam net terug van zijn werk. We dronken wat biertjes en hij nodigde ons uit om naar zijn farm te komen. Hij had wel wat klusjes voor ons, en in ruil daarvoor konden we daar slapen en mee eten. Prima deal, dus zo reden we achter zijn witte busje aan over de stoffige zandwegen van South Australia. Na een uur waren we er en ontmoetten we zijn vrouw, Eleonore, wiens ouders Nederlands waren. Het was een mooi huis, met wat wei en heuvels eromheen. Hij had een koe, wat schapen, een lama, katten, honden, kippen, hanen, noem maar op. Hij had zelfs 2 paarden, maar die kwamen bij het huis en hij zag het nut van die beesten niet echt in, en ik kon het hem uiteraard ook niet vertellen. Ze poepten wel veel, want dan weer gezond was voor de planten, maar het lag dan ook echt overal. Na een potje pool op z'n pooltafel keken we een flimpje op het gigantische scherm dat in de woonkamer stond. En dat was lang geleden! Als je een tijd aan het reizen bent vergeet je bijna hoe het is om lekker op de bank te zitten met een filmpje. Het open haardje knapperde er ook nog eens lekker op los want de herfst is hier inmiddels begonnen en de nachten worden fris. Al met al hadden we het goed voor elkaar daar.

Het was inmiddels al een uur of 1, en de avond liep zo op z'n einde toen de honden van Luke buiten in een keer begonnen te blaffen. De honden, die op hun achterpoten staand even groot waren als ik, luisterenden normaal altijd, dus toen ze niet ophielden besloot Luke om buiten te gaan kijken. Opeens kwam Luke binnengerend, rende weer naar buiten om vervolgens weer naar binnen te komen en mij een baby met een bebloed gezicht in de handen te duwen en hij vroeg me het vast te houden. Vervolgens hoorde ik een vrouwenstem buiten die flink in paniek was, en al huilend en schreeuwend buiten ergens in de nacht rondliep en langzaam dichterbij de voordeur kwam. Mijn altijd scherpe instinct vertelde mij dat er iets gebeurd was buiten, en rustig liep ik met de baby naar de slaapkamer om daar maar wat Oud Hollandsche slaapliedjes te zingen. Het bloed kwam gelukkig niet van de baby, en terwijl ik Luke in de hal de politie hoorde bellen probeerde ik het armbandje van het kind te lezen zodat ik in ieder geval wist voor wie ik aan het zingen was. Terry was het, maar dat is hier een unisex naam dus veel verder kwam ik niet. Het kind had iets roze aan, maar vervolgens wel weer een Cars badjas. Ik zat daar wat te puzzelen toen Luke binnenkwam met een korte samenvatting van wat er mogelijk gebeurd was. De vrouw binnen was de moeder van het kind, en ze waren door haar vriend achterna gezeten met een kettingzaag. De vrouw zat inmiddels binnen en Luke probeerde haar gerust te stellen en uit te vogelen of die kerel nog in de buurt was. Al snikkend en verward riep ze een paar woorden door de woonkamer, maar echt veel was er niet uit te halen. Inmiddels was Eleonore uit bed gekomen en nam de baby van me over. Ik liep de woonkamer in en daar zat de vrouw onder het bloed wat woorden bij elkaar te snikken. Tegen de tijd dat ik zag dat het bloed van haar hand kwam was de politie er, samen met het ambulance personeel. Uiteindelijk bleek alleen haar vinger open te liggen, en was het kindje ok. De politie handelde het verder af, en wij stonden in de hal wat grappen te maken over de situatie, zoals je altijd maar het beste kan doen in dit soort gevallen. De politie en de ambulance namen de vrouw en het kind mee, en zodoende konden wij fijn naar bed.
De volgende dag was het tijd om een schaap te slachten, maar dan moet hij natuurlijk eerst nog gevangen worden. Met de Benny Hill tune in mijn hoofd renden we door het weiland om het beest te vangen. Na een aantal pogingen hadden we het in een hoek gedreven en sleurde Luke het beest de kruiwagen in. Eenmaal vakkundig de nek opengesneden en gebroken werd het beest opgehangen, gevilt, ingewanden er uitgehaald en werd het op de kop opgehangen in een koelkast. Tenminste, ik denk dat het op de kop was, want er zat natuurlijk geen hoofd meer op. Dezelfde dag bouwden we ook nog een brug over een van de vijvers op de farm. Twee boomstammen en wat oud hout waren genoeg om droog aan de overkant te komen, al vertouwden de honden de brug voor geen meter en bleven ze stug om de vijver heen lopen.


In de daarop volgende dagen moesten Luke en Eleonore zelf werken, dus ruimden wij als getrainde strontvegers de boel netjes op. De koe en paarden terroriseerden al een tijdje het moestuintje, en dat kwam omdat de koe en paarden overal maar rondliepen en niet in de wei stonden. Het stoorde Luke al een tijdje maar hij was kennelijk nog niet op het idee gekomen om de beste beesten in het weiland op te sluiten, dus hebben Rik en ik het maar gedaan. Rik kwam meteen al aan met een strop, maar gelukkig was een doos met groenten genoeg om de beesten het weiland in te lokken. Het kostte wat tijd, maar het lukte ouderwets goed. Verder moesten er nog wat takken geraapt worden die we opstapelden en in de fik staken. De guesthouse waar we verbleven was een soort schuur met een klein kamertje bovenin met een bed. In de schuur stonden banken en stoelen door elkaar, een fitnessapparaat en veel rommel dat vast ooit nog wel eens ergens voor iets te gebruiken was, zoals dat hoort in een schuur. Na een flinke flinke bezem er doorgehaald te hebben zag alles er pico bello uit en konden we genieten van een mooie woonkamer.



Luke's baan was het repareren van daken, hij had al tig baantjes gehad maar hier was hij bijzonder behendig in en het verdiende goed. Rik ging een dag mee en zodoende had ik de hele farm voor me alleen. Luke had twee mooie kano's en ik nam er een mee in zijn busje om ermee naar het strand te rijden. Ik duwde de kano de zee in terwijl de zon brandde in de blauwe lucht. Ik peddelde een paar kilometer over zee toen ik aan de kust tussen de rotsen een verborgen strandje zag. Het leek alsof er grote balen zeewier op het strand lagen, maar links was er een kleine opening. Ik peddelde tussen de rotsen door en probeerde de kano door de knallende beachbreak fatsoenlijk het strand op te sleuren. Ik liet mijn armen wat rusten en genoot van het zonnetje terwijl ik op een van de zachte, stinkende wierhopen lag. Na een tijd peddelde ik weer terug naar het strand waar het busje stond, en eenmaal "thuis" aangekomen sprak ik Rik over hoe zijn dag was. De volgende dag zou ik hetzelfde dak afmaken waar Rik aan begonnen was. Met een soort hoge druk reiniger / verfpistool werd het dak voorzien van een mooi laagje verf. Luke en Luuk begonnen de volgende ochtend met het afmaken van het dak, en we brachten de eerste laag verf toe. De verf moest drogen en het was inmiddels al 13u, dus dan zit er maar een ding op in Australië. Na een half uur gingen we terug vanuit de pub naar het dak en brachten we de tweede laag toe, waarna de zon de rest zou doen. Luke gaf mij de spuit aan vanaf het dak, maar ik moest springen om erbij te kunnen. Terwijl ik in de lucht was greep ik het handvat vast, maar daarmee ook de trigger van het verfpistool, en spoot Luke een mooie laag groen in zijn gezicht en haar. Luke kon er allemaal wel om lachen. Toen we thuis waren pikten we Rik op en gingen we cliff diven langs de kust. We kwamen op een spot van een meter of 4 hoog en doken tussen de rosten richting de bodem. Luke had ook nog wat snorkel spullen meegenomen, en zo kwam het dat ik met de altijd sexy duikbril en een speer onder het water achter het avondeten aan ging. De vissen kenden de rotsen echter van buiten en ik kreeg ze niet te pakken.
Na een flinke week tot laat in de avond films kijken op het grote scherm bij de open haard was het tijd om weer terug te gaan naar Adelaide. Het begint inmiddels herfst te worden en veel backpackers trekken richting het noorden. Aangezien de bus niet in Adelaide verkocht ging worden en werk zoeken had na al die weken zoeken ook geen succes, besloten we om met de laatste centen die we hadden om naar Melbourne te rijden. Het was een redelijke gok want het was 750 km en we hadden geld voor 2,5 tank benzine. De Fransen van de spot gaven ons nog wat eten mee zodat we al ons geld aan benzine konden spenderen. Onderweg stormde het weer er goed op los, en het leek wel of de tijd voorbij kroop. Gelukkig waren er minder bergen als op de heen weg (we namen een andere route) en kwamen we 's avonds aan in Melbourne. Een van de Zweedse meiden die we hier ontmoet hadden had inmiddels een appartement in het centrum, dus daar konden we die avond crashen. Nu is het zaak om hier werk te zoeken en proberen die bus eruit te krijgen..








