maandag 29 november 2010

Rik en Luuk in India

Aangezien Australie toch iets duurder is dan Thailand vliegt het geld er hier redelijk doorheen. Nadat Rik en ik in Melbourne waren aangekomen zijn we meteen werk gaan zoeken. Dat zoeken was vrij makkelijk maar het vinden viel wat tegen. Het liefst wilden we op een farm werken waar we een paar weken konden knallen zodat we wat centen hadden om een busje te kopen en ook ons 2e jaar visa konden regelen (die krijg je na 12 weken werken op bijv. een farm). Op het moment begint hier het hoogseizoen (ik denk niet dat jullie daar iets van merken in Nederland haha), dus het land zit vol met arme backpackers die een baantje zoeken. Na een week rond bellen en mailen hadden we nog helemaal niks, en van de 30 emails hadden er ongeveer 3 gereageerd met dat ze niemand nodig hadden. De telefoongesprekken met Australische boeren waren al helemaal het toppunt, ze zullen vast Engels gesproken hebben maar ik kon er niks van verstaan. Uren lopen zoeken maar niks vinden is na een week wel redelijk frustrerend. En toen werd het maandag..de hele week hoor je niks van die mensen en als het maandag is beginnen ze allemaal te bellen en te mailen. Er werden allerlei baantjes aangeboden, een aantal waren call center jobs, maar om nou van 8 tot 5, 5 dagen per week in een duf kantoor Ozzies te gaan bellen bleek niet echt een goed plan. Zeker niet met de telefoonervaring die ik de afgelopen week opgedaan had. Op straat om donaties bedelen voor dakloze katten en honden ging mij ook iets te ver, zeker aangezien ik er nog geen 1 gezien had. Uiteindelijk belde ene Bawa ergens laat op de avond op. We mochten bij zijn car wash "in training". Dat klonk Rik en Luuk wel goed in de oren, beetje met een sponsje auto's boenen, heitjevoorkarweitje stijl, prima. Het was dan geen farm job, maar die waren kennelijk zo moeilijk te krijgen dat we voor de carwash gingen. Geld is geld tenslotte.

Toen we aankwamen bleken er 10 Indiers te werken, die allemaal vrijwel geen Engels konden. De meesten waren prima gasten, en het feit dat je oren er afgeblazen werden door de speakers met Indische herrie, de keuken stonk naar alle soorten kruiden en de meer dan ranzige toiletten en andere hokjes allerlei insecten aantrokken namen we maar voor lief. Na een tijdje werd het wel irritant dat iedereen weer zn eigen manier had om een auto te stofzuigen en elke keer die slang uit onze handen trokken om te laten zien hoe het moest. Allemaal prima, maar als ze denken dat wij na 15 uur auto's uitzuigen nog steeds niet snappen hoe het werkt, en ze je ook nog eens beginnen te duwen omdat ze simpelweg niet in het Engels kunnen uitleggen dat je naar een andere auto moet is de maat wel vol. Gelukkig had Rik de eer om met zijn 2 meter lengte een hele dag op zn hurken de velgen te poetsen, terwijl die Indiers zelf de helft kleiner waren en vrijwel niet hoeften te bukken om die dingen te boenen. Al dat bukken voor die velgen en dan het stofzuigen van auto's zorgt voor redelijk wat rugpijn na een dagje werken.

We hebben uiteindelijk 5 dagen gewerkt bij de car wash, maar het was dus iets minder romantisch als wij gedacht hadden. Het mooie was wel dat het om car detailing ging, dus geen ordinaire wasstraat. De meeste auto's waren dan ook redelijk sportief, en manueel geschakeld. Aangezien hier verder vrijwel alle auto's automaten zijn kon de helft van die Indiers niet met een manuele bak rijden, dus mochten Rik en ik de auto's verplaatsen. Nou waren dat geen adembenemende afstanden, maar als je achter elkaar in een Skyline, M3 en RS6 mag rijden hoor je mij niet klagen.

Bawa had wel door dat wij op dinsdag (payday) er vandoor gingen en gooide er nog een prachtig slijm offensief tegenaan op de laatste dag. Hij kwam met allemaal tips en verhalen, hij is zelfs naar een slager gegaan om een kip voor ons te halen omdat we die avond een BBQ hadden..We hadden echter al besloten om ermee te stoppen zodra we iets anders hadden. Uiteindelijk aan het einde van de dag onze centen opgehaald, de kip uit de koeling gepakt en naar de tram richting huis gewandeld. Rik en ik waren er allebei redelijk klaar mee, maar we zouden de volgende ochtend wel terug moeten omdat we geld nodig hadden. En toen ging de telefoon..ene boer uit Cairns had ons nodig op zijn plantage. Een betere timing had er niet kunnen zijn.

Het plan was om de 3000+ km lange trip naar het tropische noorden van Australie met de auto af te leggen. Rik had in zijn eerste weken in Australie Pieter ontmoet. Een jongeman uit Limburg die net klaar was met zijn koksopleiding. Nadat Rik en Pieter allebei hun eigen weg gegaan waren, waren ze elkaar nog een aantal keer op volstrekt willekeurig plaatsen in Sydney tegengekomen.

Rik en ik liepen over straat in Melbourne, stonden klaar om over te steken en toen zei Rik in een keer: "Huh, daar staat Pieter!". En daar stond Pieter, 1100 km van Sydney wisten die twee het dus alsnog te presteren om elkaar tegen het lijf te lopen.

Pieter had ook een auto, en met die auto zijn we uiteindelijk naar Cairns gereden. Verder hadden we in het hostel nog 2 Zweedse dames ontmoet die ook die kant op moesten. Dus de dag nadat de boer ons gebeld had was het tijd om te vertrekken richting Cairns. Rik en ik kochten allebei nog een tentje zodat we niet met zn 5en in de auto hoefde te slapen.



Na een dag kwamen we in de buurt van Wagga Wagga, waar we een openbare BBQ plek opzochten (echt, uitvinding van de eeuw, openbare BBQ's). De BBQ stond in een parkje in een dorpje. Pieter liet zijn kookkunsten zien, en het smaakte uiteraard lekker. De Zweedse meiden hadden nog nooit buiten geslapen, dus voor hun was het allemaal een hele ervaring. Toen we aan de picknicktafel het vlees aan het verslinden waren zeiden ze tegen elkaar "welcome in the wild" ghehe, toch mooi dat ze eens iets anders zien dan hostel en hotels.



De dag daarna reden we langs Sydney, en we besloten om nog even te chillen op Bondi beach, vervolgens reden we door naar een klein gehucht ver boven Sydney, waar we de tentjes op het strand opzette. Kampvuurtje erbij, marsmellows, muziekje, alles. Pieter sliep in de auto en dat had hij bijzonder goed voor elkaar. Hij had een prachtig luchtbedje, maar in plaats van hem op te blazen was hij aan het rommelen voorin de auto, startte hij de auto in 1x, en voila, zijn elektronische luchtpompje deed de rest. Met een tevreden glimlach stond hij er naar te kijken en na een minuutje was zijn bedje gereed voor de nacht.

Toen we de volgende ochtend wakker werden door de zon die opkwam boven de zee was er maar 1 ding om te doen, lekker de ijskoude zee in om fijn wakker te worden. De plek heette niet voor niets Pacific Palms, en het was weer eens wat anders dan wakker worden in een volle hostel kamer met overal handdoeken en tassen om je heen.




Na de meiden afgezet te hebben in Byron Bay, zijn we nonstop doorgereden naar Cairns. Uiteindelijk kwamen we na een reis van 4 dagen aan in het stadje. Tropische hitte, palmbomen en jawel, de start van het door mij oooo zoooo geliefde regenseizoen. We zijn uiteindelijk in Innisfail aangekomen bij een hostel die werk voor je regelt. Na aankomst besloten we om een duik in het lokale zwembad te nemen. Zwemmen in de zee kan hier niet zomaar ivm de box jellyfish, een kwal die je liever niet wilt aanraken, want verlamming en in het uiterste geval de dood kunnen het resultaat zijn van een eenmalige ontmoeting met haar tentakels. Het zwembad beviel mij bijzonder goed, zeker aangezien ik na mijn tweede duik met mijn neus op de bodem belandde, een krak hoorde en even later met een stuk ijs en een snee bovenin mijn neus op de kant zat. Tot grote lol van Rik, die om dat soort dingen flinke lol kan hebben, net zoals die keer dat ik bijna mij vingertopje er afsneed. Hij vindt het allemaal prachtig.



Pieter en Rik zijn vandaag al meteen aan het werk gezet, ik mag nog een dagje in de zon bakken en dan waarschijnlijk morgen aan de slag. Volgens de verhalen zie je meer spinnen dan je lief is, kruipen de ratten uit de zakken met bananen en ligt er een compleet menu aan ziektes en infecties klaar voor ons, dus daarover zal ongetwijfeld meer horen.

woensdag 10 november 2010

From Sydney to Melbourne

Na het bezoek aan de eilandjes was het tijd om mijn spullen te pakken en via Bangkok en Taipei naar Sydney te vliegen. In Sydney stond Rik op het vliegveld, het was mooi om die baas weer te zien. Na een standaard bezoek aan de Harbour Bridge en het Opera House was het tijd om naar het appartement van Franzi en Caro te gaan. Zij gingen een week naar Nieuw Zeeland en wij mochten in hun appartement chillen. Het lag vlakbij Oxford street, het episch centrum van homoseksueel Australie. Van mij mag je gay zijn, of wat je dan ook wilt, maar de hoeveelheid overdreven nichterig gedrag op straat ging wel erg ver. Na een paar dagen besloten Rik en ik dan ook om snel richting het zuiden te gaan. Het plan was om vrijdags te gaan liften, dus we namen de trein (begint al goed) naar een stationnetje buiten Sydney.



Na een redelijke wandeling kwamen we bij een grote weg aan. We liepen langs de weg en na 5 min stopte er iemand voor ons. Helaas bleek dit te zijn om even mobiel te bellen, dus toen we dat zagen was de teleurstelling erg groot. Wij liepen verder en plots stopte die zelfde auto weer om ons een lift aan te bieden. De bestuurster was een aardige vrijgezette vrijgezelle jongedame die ons naar het strand van Wollongong bracht. Ze vond het allemaal wel interessant, 2 van die gasten in de auto. Er werd dan ook regelmatig gevraagd wat we die avond gingen doen en dergelijke. Eenmaal bij het strand van Wollongong aangekomen hebben we een tijd op het strand gezeten, potjes backgammon gespeeld en slechte verhalen verteld. Aangezien het inmiddels al redelijk laat was, en we toch ergens moesten slapen, besloten we maar om op het strand te gaan slapen. We zochten een goed plekje op, rolden onze slaapzakken uit en gingen lekker slapen..tot het begon te regenen. We pakten onze spullen en als 2 daklozen liepen we met onze backpacks over straat op zoek naar een dakje. We kwamen bij een mooi platformpje aan dat afgezet was met linten omdat het net geverfd was. We liepen er in het donker naartoe, maar het was helaas al bezet door een zwerver met een heus tentje. De competitie in de daklozenwereld is dus groot hier. Toen het weer droog was zijn we onder een boompje gaan liggen, en daar brachten we de eerste nacht door. De volgende dag wilden we verder langs de kust liften, en na een verfrissende ochtendwandeling richting de snelweg kregen we al snel een lift van een man die ons 40 km verderop afzette. We stopten bij een klein treinstationnetje langs de snelweg, en er stopten maar weinig auto's. Ondertussen was er een goederentrein aankomen rijden en stil blijven staan, en aangezien het moeilijk was om een lift te krijgen was het natuurlijk een mooie mogelijkheid om verder te reizen. Terwijl we er over nadachten stopte er een auto en werden we een stuk richting het zuiden gebracht. We werden gedropt en we stonden er nog geen minuut voordat er een dikke Amerikaans bak stopte en we wederom een kilometer of 50 mee konden rijden met een Cyprioot die eruit zag als een Zuid Amerikaans bendelid. De lift erna was er 1 van een omaatje die ons vertelde dat ze niet gestopt zou zijn als wij gaten in onze broek hadden gehad. Ze bleek te skypen, een laptop te hebben en ze wist ook redelijk wat scheldwoorden uit te kramen tijdens het rijden; "move on you dickhead!!!" en dan met haar krakende stem. Ze liep vervolgens ook nog flink te bumperkleven en zodra het kon ging het gas erop. Het was wel een pittige tante.

Uiteindelijk kwamen we in Batemans Bay terecht, waar we wederom een nachtje in de bush hebben doorgebracht. We hadden een mooi afgescheurd zeiltje gevonden die als meer dan comfortabel matras diende. De volgende ochtend gingen we proberen in Canberra te komen. Na een wandeling richting de snelweg, gingen we even zitten om onze boterhammetjes te smeren. We hadden het mes nog niet in de jampot gestoken of er stopte al een mooi busje voor onze neus. Het was een gast van onze leeftijd die was wezen surfen aan de kust, en nu net terug op weg was naar Canberra. Zo makkelijk kan het dus gaan, 150 km in een klap. In Canberra besloten we maar om een hostel in te gaan, aangezien ik de volgende dag jarig was, wat een verwennerij. Canberra was na 22u compleet uitgestorven en op het moment dat ik richting de pub wilde lopen waar Rik en ik naar toe wilde gaan, was ik Rik in 1x kwijt. Ik maar wat rond zoeken en fluiten, maar geen reactie, en ik snapte niet hoe hij nou zomaar kon verdwijnen. Toen het 23u50 was besloot ik maar naar die pub te gaan. Even voor 12 liep ik daar naar binnen en daar zattie, met een biertje voor zich op de bar. Dolbij met de hereniging hebben we er maar een paar biertjes gedronken en werd het uiteindelijk nog een mooie avond.

De volgende dag moesten we eerst weer Canberra uitlopen om op zoek te gaan naar een lift op de snelweg. De jampot en boterhammetjes brachten dit keer minder geluk, dus na drie kwartier besloten we maar om gewoon te gaan hiken. Op een gegeven moment stopte er gelukkig een vrachtwagen voor onze neus, en bood ons een lift aan. Hij moest naar Melbourne, maar aangezien ze daar ook een soort van tachograaf hebben kon hij nog maar 5 uur rijden. Onderweg met zijn drieeen in de cabine naar alle truckerclassics geluisterd en er werd flink wat heen en weer geouwehoerd over de bakkies. De politie rijdt hier vaak onderkoffer dus zodra er een "candycar" in de buurt was werd het netjes doorgegeven. Hij dropte ons ergens bij een truckstop waar we weinig succes hadden met het krijgen van een lift. Nadat Rik voor de 37e x had geroepen "jaaaa, deze gaat het worden hoor, let maar op!" stopte de auto ook daadwerkelijk, en belandden we beide op de 1,5e stoel voorin een pickup. Echt comfi was het niet, maar de beste man bracht ons richting Albury, wat toch weer een flink aantal kilometers was. Onderweg kregen we wederom de standaard vragen naar ons hoofd:

- Waar kom je vandaan?
- Hoelang ben je hier?
- Hoe heette je ook alweer?
- Hoelang blijf je hier?
- Hoe het op dit moment in Ierland was? (Holland / Ireland schijnt nogal op elkaar te lijken)
- En hoe heette je ook alweer?

En verder ging het vaak over kangaroos. Ik ben nu zon anderhalve week in Australie, en ik heb 6 kangaroos gezien. Nadeel van deze 6 kangaroos was wel dat ze allemaal dood waren en langs de weg lagen. Het kunnen er ook 5 geweest zijn trouwens want we twijfelden op een gegeven moment of het nog een helft betrof van de kangaroo die we een paar seconden daarvoor zagen.

De man die ons een lift gaf vertelde dat hij nog een auto had staan op een boerderij die niet van hem was, de auto was niet geregistreerd maar hij stond daar in de weg, dus we mochten hem hebben. Aangezien het registreren van een auto 700 dollar kost besloten we uiteindelijk maar om het maar niet te doen, maar het aanbod was natuurlijk hartstikke mooi. We werden in een dorpje genaamd Albury gedropt, en in Albury is echt he le maal niks te doen. Boodschappen doen en de hond uit laten zijn daar de hoogtepunten van de dag. Rik en ik zochten een bottleshop op en gingen vervolgens ergens in een park een potje Backgammon spelen. Er reden de hele tijd dwazen voorbij die uit hun ramen hingen en van alles schreeuwden. Op een gegeven moment kwam er een auto voorbij met 2 meiden, die met zaklampen aan het schijnen waren en voor ons mee zongen met de muziek. Ze stopten naast ons en bleven schijnen en naar ons schreeuwen wat we aan het doen waren. We negeerden ze maar, maar na een tijdje was 1 van de twee meiden zo dapper om eens te gaan kijken wat er aan de hand was. De ander bleef in de auto omdat ze dacht dat wij d'r gingen verkrachten. Toen de eerste zag dat wij ook maar 2 redelijk normale gasten waren die vrij weinig kwaad wilden kwam de ander er ook bij. Ze vertelden dat het park een homo ontmoetingsplaats was, en dat de dorpelingen er vaak heen reden om de homo's uit te schelden terwijl ze langs scheurden.. je kan maar wat te doen hebben. We hadden al besloten om onderaan het park bij het water te gaan slapen, maar na het horen van dit nieuws begonnen we toch te twijfelen. Het plekje was echter te mooi dus rolden we er toch maar onze slaapzakjes uit, en legden allebei een kurkje klaar want je weet maar nooit.

De volgende ochtend was het weer tijd voor een hikeje richting de snelweg, waar we na een tijdje in het brandende zonnetje gestaan te hebben, opgepikt werden door een vrij vage gast met een dikke auto. Hij dropte ons af op een plek waar we echt geen enkele andere auto zag rijden, dus we besloten maar op de snelweg onder een brug in de schaduw te gaan staan. Het was vrij rustig, dus gingen we erbij liggen. Net voor ik echt in slaap viel hoorden we een auto toeteren, en er was zowaar een jeep voor ons gestopt. We sprongen achterin, en het bleek om een kamerlid van The Greens te gaan, die samen met zijn secretaresse midden in hun campagne tour zat. We kregen een sticker en een mooi boekje met hun statements erin, en er werden foto's gemaakt van ons gemaakt voor op de site. Prachtig, als we maar richting Melbourne komen. De secretaresse ging over de navigatie, dus we kregen er uiteindelijk 45 km's voor niks bij. Ze zetten ons af en uiteindelijk werden we opgepikt door een oudere man die op zijn scootertje een paar dagen door de Snowy mountains was wezen rijden. Hij wist alles te vertellen over Melbourne en ik geloof ook niet dat hij iets vergeten is. Uiteindelijk belandde we in Melbourne, in het park aan het water met een mooi uitzicht over de wolkenkrabbers. Rik z'n neef was al eerder in Melbourne geweest en we hadden het telefoon nummer gekregen van Freya. Samen met haar en wat vrienden zaten we in het park wat biertjes te drinken. We vertelden over de avonturen die we meegemaakt hadden, en zo ook over de politicus die we ontmoet hadden. We gaven ze het boekje en ze wisten allemaal wie het was, dus waarschijnlijk zaten we bij een kale mannelijke versie van Femke Halsema in de auto. Freya bood aan om bij haar te blijven slapen omdat we anders wederom in de buitenlucht moesten tukken.We hielden een taxi aan en vanaf buiten kon je de McDonalds lucht al uit de taxi ruiken, en eenmaal binnen zat er een vriendelijke Indische man met een zak van de Mc opschoot, terwijl er prachtig Indische gejammer uit de speakers van de auto kwam. Hij heeft 15 minuten gedaan over het kauwen en herkauwen van zijn frietjes en schoot 2x bijna uit de bocht omdat hij in zijn zak aan het koekeloeren was, maar uiteindelijk hebben we het gehaald.

Toen we het huis binnen wandelden bleken nog meer mensen te leven en het zag er allemaal wel erg chique uit. Flinke tv, achtertuin in aanleg, een bierfleshouderhouder, en een flinke keuken. Het bleek uiteindelijk dat de beste vriend van Freya het broertje is van Abbey Lee, en dat Freya ook een kamer had in het huis van Abbey gekregen had. Dus ik stond uiteindelijk onder Abbey Lee's douche, sja daar houd je ook geen rekening mee als je naar Melbourne komt.

Verder is het hier een kwestie van werk zoeken, want het doel is om hier een busje te kopen en dan de surfbaaitjes af te gaan op zoek naar surf en haaien.









Zelfs rolstoelen komen hier van rechts