


De meeste farms die Bruce bezit liggen relatief dicht bij elkaar, de verste is zo 'n 50 minuten rijden. Ik werk op de grootste, genaamd South Bunarba, en in principe is het idee dat ik weer ga werken voor de irrigatie van de katoen. Aangezien een flinke regenstorm alle zaden uit de grond gespoeld heeft duurt het nog even voordat dat begint, en zolang help ik hier met allerlei andere dingen. De ene dag sta je in de workshop aan ute's (twee persoons jeep met een laadbak erachter) en tractors te sleutelen, de andere dag kruip je door een buis van een waterpomp ergens diep onder de grond om een tak eruit te trekken die er in gezogen is. Alles is hier zoveel beter geregeld dan op de andere farm en Bruce is een goede baas. Hij heeft ons al een aantal keer uitgenodigd om bij hem mee te eten of om bier te komen drinken. Verder heb ik mijn eigen ute, alle spullen worden door Bruce of de manager gekocht of vergoed en elke week mag je naar Mungindi, het dorpje 40 km verderop, om wat eten in te slaan. Mungindi is een typisch Australisch outback dorpje; stil, brede wegen, hooi dat over de weg waait, een supermarktje met achterlijk hoge prijzen en totaal willekeurige openingstijden en een pub waar de werkloze cowboys vanaf opening tot sluit hun uitkering door de fruitmachines jagen. De mensen hier kauwen hun woorden uit in plaats van spreken en alles gaat een flink aantal versnellingen langzamer.


Op dit moment is alles en iedereen druk in de weer om al het graan te oogsten. Het enige wat je doet is 14 uur per dag, zonder pauze in traktor naar de oogstmachines (harvester) racen, volladen, en alles in een truck spuiten die aan het eind van het veld klaar staat. Gelukkig zit je al die tijd lekker in je airco gekoelde cabine. De harvesters staan onder leiding van Luke Bradley, een soort kruising tussen Vince Vaughn in Into the Wild en Johnny Knoxville, die tijdens het werk constant grappen loopt te tappen over de radio. Dit samen met de ongekend dikke pensen van de vrachtwagenchauffeurs hier maakt het werk wat vermakelijker. De trailers (chaser bins) die we trekken zijn redelijk groot, de kleinste weegt 22 ton en de grootste 70 ton, en dat is zonder graan er in, dus echt racen lukt niet. Tijdens het rijden behaal je topsnelheden van maar liefst 35 km/h, maar aangezien je compleet door elkaar geschud wordt op die knollenvelden is dat meer dan voldoende.




Afgelopen week vielen er zowaar een paar druppels regen naar beneden waardoor er een dag niet geoogst kon worden. Ik had de eer om met Young Paul en Barry de jonge stieren te castreren en te labelen. Gelukkig geen paarden en lasso's maar quads en een hoop geschreeuw was voldoende. Toen alle beesten bij elkaar binnen de omheining gedreven waren begon de pret. Normaliter drijf je ze richting een soort trechter van hekwerk en aan het eind zet je ze in een soort klem en castreer je ze, maar aangezien het een paar weken later was dan dat ze het normaal deden konden grootste beesten net over het hek springen. Tegen de tijd dat ze weer gevangen waren, waren ze zo opgefokt dat je met geen mogelijkheid in de klem kreeg, dus ging Paul over op de old school manier: stierworstelen. Het idee is om het beest bij de nek te grijpen en op de grond te leggen terwijl de rest snel de poten vasthoudt. Hoe langer het duurt om ze te vangen de gekker ze worden. Ze stoten met volle snelheid tegen de hekken aan waardoor het metaal ombuigt, en sommigen gingen zo ver dat ze buiten bewust zijn raakten. Het zijn gelukkig geen volwassen stieren want die vangen ze hier door ze aan te rijden met een jeep met banden aan de voorkant. Nou is Paul geen kleine jongen, maar ik heb hem die dag een flink aantal keer door het stof gesleurd zien worden. Paul en Barry vonden het allemaal prachtig en terwijl die beesten als een malle op en neer sprongen om die cowboys van hun nek af te krijgen hoorde je Paul en Barry de hele tijd WOOOOHOOOO'en en de ouderwetse YIHEAAA schreeuwen. Echt sporen doen die twee niet want hoe gekker het werd hoe mooier ze vonden. Het ging allemaal goed tot de laatste. Hij was al gelabeld maar we hij wist tot twee keer toe te ontsnappen aan de castratie. Aangezien hij flink opgefokt was moesten we hem met z'n drieën vangen. Barry's beide benen werden goed raak geschopt door de achterpoten waardoor hij al schrompelend moest afhaken en toen we hem vervolgens in een hoek gedreven hadden kwam mijn hand tussen zijn kop en een hek terwijl hij ertegenaan beukte. Uiteindelijk hadden we hem te pakken en konden we met veel voldoende zijn ballen eraf snijden. En zoals Barry zei: "That'll make him think more about grass and less about ass". Ja de Australische grappen liegen er niet om. De vorige keer dat mijn vinger ergens tussen kwam kon ik naar een grote zwarte Afrikaanse dokter die met een aansteker en een naald een gat in mijn nagel prikte om de druk eraf te halen, maar aangezien je hier een flink eind van een dokter afzit zat dat er niet echt in. Toen ik om 2 uur 's nachts nog steeds wakker lag besloot ik maar om het zelf te doen waardoor ik uiteindelijk in slaap viel om vervolgens de volgende ochtend vroeg weer klaar te staan met mijn tractor nr. 3 in een veld vol graan.
In de irrigatie zal ik het meest met Old Paul werken. Paul is begin 30, en een rodere redneck zul je hier niet snel vinden. Het is een prima kerel maar hij houdt er nogal wat rare ideeën op na. Er is in Australië een immigratie probleem met met name Maleisiërs die hier per boot komen. Paul snapte niet waarom de regering die boten niet gewoon lek schiet zodra ze in de Australische wateren kwamen, een land kan immers zijn eigen wetten maken. Verder heeft hij een wapenkist in de tuin begraven met geweren waar hij geen vergunning voor kon krijgen. Die bewaart hij voor het geval de Koreanen Australië binnen vallen..Weinig diepgaande gesprekken met Paul dus maar ik kan het wel met hem vinden.
Verder waren er hier afgelopen zomer flinke overstromingen en daardoor zijn alle slangen naar de droge plekken gevlucht. En in de meeste gevallen zijn die droge plekken de katoen gedeeltes van de farms omdat die omgeven zijn met dijken. Volgens Joe, de graan manager, is dat de reden dat we hier elke dag wel een slang voorbij zien kruipen/slingeren/lopen. Joe vind het grappig om dode slangen in je ute of op andere plekken te leggen zodat je jezelf het apenlazerus schrikt zodra je op je stoel wilt gaan zitten. Bruce is laatst nog gebeten maar wist met wat hulp binnen een uur een dokter in Mungindi te bereiken. Gelukkig was het droog, want de helft van de wegen hier zijn zand en gravel paden waar je in natte omstandigheden lastig of simpelweg niet doorheen komt. De overvloed aan dodelijke slangen is ook de reden waarom alle vaste medewerkers rond rijden met een geweer in de ute. Zodra we een slang zien wordt er een bosje hagel richting de kop geschoten om te voorkomen dat hij iemand op een later tijdstip volspuit met zijn gif. Het is al een aantal keer gebeurd dat we aan het werk waren in een veld en iemand verstijfde en lijkbleek werd terwijl er een king brown vlak voor z'n schoenen langs kroop. Ik ben gelukkig nog niet aan de beurt geweest.


Toen ik met Rick (jazeker!), een van de vaste medewerkers, pauze had, zaten we langs de waterkant onze bammetjes op te peuzelen met het geweer naast ons. We hadden het over vissen en het verschil tussen Nederland en Australië. Hier in Australië hebben ze een serieus probleem met Europese karpers aangezien de rivieren er vrij letterlijk vol mee raken en ze niet kapot te krijgen zijn. Na wat geouwehoer over vissen en hengels liet Rick me zien hoe ze hier in de outback vissen en met een oorverdovende knal en flink wat spetters kwamen ze vanzelf naar boven drijven. Zo gaat dat dus hier.
Ik blijf hier waarschijnlijk nog een tijdje hangen om mijn rekening wat te spekken voor de plannen die ik heb, als die doorgaan aangezien ik weer door een hoop geneuzel moet om mijn visum te krijgen..









































