Na een paar dagen kwamen Guus en Fabrice, na een zware busreis, aan in Mai. Ze hadden een bende van 8 mensen uit Breda bij zich, en met die groep hebben we de dagen erop gepartyd in het centrum van de stad. Na al die extreme bierprijzen in Australie was het een waar genoegen om een hele nacht te partyen zonder meteen een vermogen uit te geven. Na een paar dagen besloten we om met een aantal gasten wederom een motortje te huren en richting Pai te rijden, een hippie dorpje dat 130 km van Chiang Mai aflag. Rick moest er ook aan geloven en zodoende reden we met zn allen de stad uit. Hans was eerder deze vakantie met 60 km/h tegen een straathond gereden om vervolgens met zijn vlees over het asfalt te schrapen, dus iedereen was gewaarschuwd. De wegen in de bergen waren nat aangezien het regenseizoen hier net gestart is, maar dat maakte de tocht er niet minder mooi om. Het uitzicht was ongekend en de weg zelf ook, haarspeldbocht na haarspeldbocht zo scherp dat alle auto's zich er stapvoets doorheen moesten proppen. Tijdens de tocht bezochten we nog een hotspring en moesten we nog schuilen voor een stortbui, maar na een rit van 7 uur kwamen we dan eindelijk aan in Pai, waar de avond net begonnen was. Een paar lui waren al vooruit gereden en we boekten een hostel vlakbij hun. De dagen daarna hebben we wat in Pai rond gekeken en gereden, de Pai canyon bezocht en gechilled bij en in de watervallen. Verder is er weinig te doen dus was het met name in een hangmatje cocktails drinken.
Na een paar dagen besloten Guus, Rick en ik terug te rijden naar Chiang Mai om vanuit daar door te reizen naar Laos. Het weer was prachtig, we kenden de weg (en de gaten erin) inmiddels en zodoende reden we in 2,5 uur terug naar Chiang Mai. Op de heenweg moesten we af en toe stoppen zodat Rick niet te ver achterop raakte, maar dit keer had je net je fles water uit je tas getoverd en daar kwam hij al de hoek om gescheurd. Uiteindelijk waren Guus en ik nog verkeerd gereden ook, dus toen we bij ons hostel aangekomen waren lag Rick daar lekker onderuit in het zwembad met een big smile op zn gezicht. We boekten de tocht naar Luang Prabang, een stad in het midden van Laos. Met een boot zouden we twee dagen lang over de Mao Kong rivier naar LP varen. We hadden op de grens overgang voor weinig een lekker flesje graswodka en wat biertjes gekocht, maar een groep Kiwi's naast ons had het professioneler aangepakt en hadden een flinke koelbox gekocht. Het resultaat was een paar Kiwi's die languit in het pad lagen en half over de stoelen hingen, maar het was zeker een gezellige tocht. We zouden de nacht doorbrengen in het plaatsje Pakbeng, wat in het midden van nergens lag. Er was wel elektriciteit maar geen pinautomaat, en aangezien geen van ons drieen er aan gedacht had om nog even te pinnen voor we de boot op gingen, hadden we een groot probleem. We konden het hostel gelukkig nog wel betalen, maar de volgende dag hadden we 4 flesjes water en 1 sandwich met z'n drieen. We waren blij toen we 's avonds aankwamen in de stad, en we besloten meteen de tuktuk naar een pinautomaat te nemen. Voor 10.000 kip (= €1,-) per persoon wilde de chauffeur ons er wel heen brengen. Na een rit van een minuut waren we er, Guus gaf de beste man 50.000 kip en deze besloot daarop hem te peren met het wisselgeld. Ondertussen werd ik door een wesp gestoken en daarna kwamen we erachter dat Rick z'n pinpassen het nergens deden. Welkom in Laos. Volgens de Lonely Planet zijn er maar weinig landen waar de mensen zo vriendelijk zijn als in Laos, maar wij konden ze niet vinden. De prijzen waren ook achterlijk hoog voor een ontwikkelingsland dat maar al te graag van de toeristenstroom uit Thailand wil profiteren, maar dat eigenlijk niet kan. In Thailand spreek je met een tuktuk chaffeur een prijs af en die rijdt je erheen, je betaald hem iets van €1 tot €1,50 en klaar. In Laos willen ze per persoon betaald worden, je betaald veel meer dan in Thailand, ze vertrekken niet voordat iedereen betaald heeft, lopen constant moeilijk te doen en al met al duurt het 5 minuten voor je eindelijk weg rijdt. Als die lui dan vervolgens ook nog het lef hebben om je camera uit je tas te jatten met alle foto's van Thailand en Laos kan je je waarschijnlijk ergens wel voorstellen dat dat "vriendelijke" volk van Laos van mij even te boom in kan.
De disco in Luang Prabang was wel een classic plek om uit te gaan, zeker aangezien Guus, Rick en ik daar de enige 3 blanken waren in een gigantische club. Zelfs Rick kon over iedereen heen kijken en het was mooi om te zien hoe het er daar aan toe ging, en hoe iedereen na sluit met zijn scootertje weg reed. Nadat de disco dicht was, was er nog maar 1 plek om heen te gaan..
inderdaad, je raadt het al…de bowlingbaan. Een hok met TL verlichting dat net iets buiten de stad lag en waar elke backpacker tot diep in de nacht bowlde en bier dronk. Op de laatste dag was een deel van de groep inmiddels ook aangekomen in LP en zodoende stonden we 's nachts met zn allen bowlen. Wij drieen hadden in de avonden daarvoor al redelijk skills ontwikkeld en met veel geschreeuw, afleidingsmanoeuvres en strategische curve ballen was het een mooie avond.
De volgende dag vertrokken we met zn allen naar Viang Vien, waarschijnlijk de meest bekende/beruchte plek in Laos, om daar te gaan "tuben". Het principe is simpel, je huurt een opgeblazen binnenband, je wordt 6km buiten het dorp afgezet bij de rivier. Je springt de rivier in met je tube en er staan mannetjes langs de kant met touwen en een flesje water aan het eind die ze naar je toe gooien om je binnen te trekken. Eenmaal aangekomen bij een barretje bestel je bier of een bucket (een emmertje met een of andere random alcohol mix erin met wat rietjes) en is het tijd om te partyen. Als je klaar bent met de ene bar spring je de rivier weer in met je tube om af te drijven naar de volgende bar. Elk jaar overlijden er mensen omdat ze bijvoorbeeld met een van de touwen die aan takken hangen de rivier inspringen en verkeerd terecht komen, of omdat ze dronken afdrijven, de laatste bar missen en vervolgens in de donkere nacht de jungle in te verdwijnen. Toen we aankwamen hoorde we net het verhaal dat er een overleden gast door zn vrienden in een soort vrieskist terug naar het dorp gedragen moest worden. Op een gegeven moment waren er zelf zoveel Britten overleden dat het Britse consulaat ingegreep en zodoende waren er veel duikplanken en dergelijke gesloten. Gelukkig was er nog wel de gigantische glijbaan, bestaande uit beton en tegeltjes, die je de rivier in lanceerde. Het is natuurlijk algemeen bekend dat je op je blote kont harder gaat dan met je short aan, en dus stond men aan de kant te kijken naar twee ongekend oogverblindend witte lapjes vlees die de rivier in gelanceerd werden. Toen ik voor de tweede keer ging legde ik de techniek ook aan Maarten uit, en halverwege zijn tocht omlaag besloot hij het ook maar te proberen. Hij schoot weg, de lucht in en lande in het water. Aan de kant staan er ventjes klaar met een reddingsboei aan een touw om je naar binnen te trekken zodat de rivier je niet meeneemt. Iedereen beneden stond te staren naar het water om te kijken waar Maarten bleef, en ik zag de ventjes beneden hun reddingsboei niet uitgooien, dus er klopte iets niet. Op een gegeven moment kon ik vanaf de toren zien dat hij een heel stuk verder op in de rivier boven water kwam, en een van de ventjes ging er achteraan om hem eruit te halen. Later bleek dat hij niet meer wist wat onder en boven was en water ingeslikt had. Gelukkig was hij ongedeerd en was hij nog in staat om bier te bestellen.Aangezien het regenseizoen gestart is stond de rivier flink hoog, maar de stroming ging ook flink hard. Normaliter zou de hele tocht naar het dorp 2 uur (ononderbroken) duren, maar wij hadden er binnen een uur wel kunnen zijn.
Voor ik begon aan het tuben was ik er redelijk sceptisch over, aangezien ik in Australie wel genoeg stomdronken Britten gezien had, maar uiteindelijk had ik er nog wel een week kunnen blijven. Desalniettemin was het tijd om via Vientien door te reizen naar de 4000 Islands in het zuiden van Laos, vlakbij de grens met Cambodia. We regelden 3 motortjes, er stond er 1 klaar en er moesten nog snel twee locals gezocht worden die hun motortje aan ons wilden afstaan voor een middagje. Aangezien er geen automaat voor Rick was, moest hij ook aan de schakel. Na een korte uitleg reed hij zonder problemen erop weg, en zo reden we over een eilandje wat gelukkig nog niet geheel verpest is door toerisme. Er waren veel kids langs de weg die "Saibadeeeeee" (hallo) naar je schreeuwden en zwaaiden met een big smile op hun gezichtjes, mensen die je vriendelijk groeten en niet meteen WANNE BUY CHEAP CHEAP naar je schreeuwden. Ik had eindelijk weer dat gevoel wat ik ook in Ghana en Ecuador had, dat je op een plek bent waar mensen je niet zien als een zak met geld maar als een mens met een kleur die ze nog maar zelden gezien hebben. Aan het eind van de dag telden we ons geld, en realiseerden we ons dat we wel heel veel kip hadden, en aangezien we 2 dagen later in Cambodia zouden zitten moesten we er maar vanaf zien te komen. We dronken bier en bestelden wat cocktails en de volgende ochtend kwamen we erachter dat we eigenlijk bijna geen meer overhadden, en de dichtsbijzijnde pinautomaat was in een stad 140 km verderop. Dat was..een beetje dom inderdaad. Aan wal was er een bank, en na wat geregel werden we in de meest gammele auto ooit naar de bank gereden. Aangezien je hier alleen met een hoop papierwerk met een creditcard kon opnemen was ik de enige die wat geld bij elkaar kon sprokkelen, waardoor we alsnog 130 km het land in moesten om bij de dichtstbijzijnde pinautomaat geld op te nemen.
Tanken in Laos
Twee dagen later reden we aan het begin van de avond Pnhom Penh binnen om daar de volgende dag naar de Killing Fields te gaan. De fields waren eind jaren 70 het toneel van ongekend botte slachtpartijen door Pol Pot en zijn kameraden. Ze ontwikkelden een communistische revolutie waarmee ze terug naar het jaar 0 wilden gaan. Iedereen die ook maar iets van intelligentie had of welvarend was werd vermoord op de Killing Fields. Er waren weinig vereisten om vermoord te worden, een bril dragen was al genoeg, waardoor de aantallen opliepen in de miljoenen. Terwijl we rondliepen en alle plekken bekeken, zagen we overal lappen stof tussen stukken boomwortel uit de grond steken. Toen we beter keken waren dit geen takken of wortels maar stukken bot. En de lappen stof waren de kledingstukken, gedragen door de slachtoffers. Zonder dat we het wisten liepen we al een kwartier rond over de lijken van duizenden mensen. Later zijn we in de stad ook nog naar de S21 gevangenis geweest, waar Pol Pot jaren lang Cambodjanen martelde. Alles zag er uit alsof het halsoverkop was achtergelaten en er sindsdien niks veranderd was. De lijken waren uit de martelkamers weggehaald, maar de bloedvlekken lagen nog op de grond. Al met al was het indrukwekkend en hoewel we normaliter wel eens een grapje met elkaar maken was het deze was erg stil.
De dag erna reden we naar Siam Riep om daar de beroemde Angor Wat tempel te bezoeken. Om 5 uur in de ochtend reden we ernaar toe om de zonsopgang te bekijken. Het was allemaal mooi maar ik vond het wel wat overgewaardeerd. Rijen met Japanse telelenzen zaten te wachten op de eerste zonnestraaltjes, alhoewel het flink bewolkt was. Vervolgens gingen we nog naar wat andere tempels, waaronder de tempel waar Tomb Raider opgenomen is. Na de dagje in het zwembad hangen en wederom een legendarische avond uit vertrokken we de volgende dag terug naar Thailand om daar op Ko Chang nog wat te chillen en van de mooie stranden van de exotische eilanden van Thailand te genieten. Dit waren de laatste dagen van Guus en Rick, en als afsluiting bleven we nog een paar dagen in Bangkok. Al die weken lang heb ik van iedereen uit Breda verhalen gehoord over "thuis" en dat zorgde bij mij voor redelijk heimwee. Ik had inmiddels al wel besloten om terug te gaan naar Australie, om daar weer op een farm wat bij te beunen voor de volgende reisplannen. Mijn vlucht naar Brisbane ging via Kuala Lumpur dus ik besloot daar ook maar meteen een dagje rond te kijken. De vlucht naar KL was de meest extreme die ik tot nu toe gehad heb. Uit het niet kregen we extreme turbulentie, alle vrouwen gillen en de stewardessen en het eten vlogen in de rondte. Het duurde een minuut en iedereen was bang, sommigen zaten zelfs te janken. Nou vond ik het ook niet prettig, maar je doet er zo weinig aan he, een paar kilometer boven de grond. Een dag in KL bleek lang genoeg en op het moment ben ik alweer een week aan het werk op een katoen en graan farm in Australie. Om een lang verhaal kort te maken..ik vermaak me nog wel even.
Alle foto's komen van Guus BMS's z'n camera. Bedankt swaaa
Geen opmerkingen:
Een reactie posten