zaterdag 22 januari 2011

Water en Whiskey

En toen waren wij aan de beurt. Het dorp wat het dichtst bij ons in de buurt ligt (Goondiwindi) liep in 1x groot risico op overstromingen door de rivier die er doorheen loopt. Mick en Darren waren bij ons ingetrokken omdat ze anders door de overstroomde wegen niet meer naar de farm konden komen om te werken. Gelukkig waren Rik en ik nog net op tijd naar het dorp geweest om voedsel, bier en whiskey in te slaan, aangezien we de komende week van de buitenwereld afgesloten zouden worden. Eindelijk zouden we dan een vol koelkastje hebben. Terwijl we richting het dorp reden hoorden we op de radio pas hoe ernstig het was en dat het dodenaantal snel aan het stijgen was. Brisbane was inmiddels veilig, maar het dorp waar Pieter heen was gegaan (Toowoomba) was ondanks haar ligging in de heuvels zwaar getroffen door landslides en floods door onophoudelijke regen met een aantal doden als gevolg. Aangezien we hier maar 2 uur van Toowoomba afzitten zou het feest dus snel onze kant op komen. Onderweg kwamen we langs boerderijen waar men met graafmachines druk bezig was om snel dijken om de huizen heen te bouwen, en de gemeente had het sprinklersysteempje in het park aangezet om zo wat water uit de kolkende rivier te sproeien (tenminste..dat was ons idee erachter). We hadden wat haast met shoppen aangezien er verwacht werd dat aan het einde van de middag de wegen afgesloten zouden worden. We moesten dan ook van papa Pete (de farm manager) voor het donker terug zijn. We reden achter de politiewagens aan het dorp uit, en konden net op tijd op de "grote" weg naar de farm komen.







ABC Radio News item


's Avonds zaten we onder het genot van een biertje vol spanning naar de nationale radio te luisteren via een kleine transistor radiootje, waarop de waterpeilen van Goondiwindi elk uur geupdated werden in het nieuws. Met name Mick en Darren zaten aan de radio gekluisterd omdat ze vreesden voor hun spulletjes. Daarbij woont Mick ook nog eens in een dorp wat bekend staat om de aboriginals die hun boodschappen doen bij u thuis. Inmiddels waren ze ook om onze farm haastig in de weer met allerlei graafmachines om dijken te bouwen en konden we in de verte de spotlights van de helikopters boven het dorp zien hangen. De spanning begon behoorlijk op te lopen en het bleek dat onze farm ook een helikopter had klaar staan om ons te evacueren mochten de stromen water ons bereiken, dus Rik en ik konden niet wachten tot de dijken braken. Ondertussen was het niveau van de rivier op 10.95 meter gekomen, en dat betekende dat de politie in het dorp overging op forced evacuation. Verder was er ook al ingebroken, zo wisten ze op het nieuws te vertellen, en dan niet in een juwelierszaak of electrozaak, nee, in Australië trekken ze de slijterij leeg. Sowieso hebben de Australiërs een alcohol probleem, wat geresulteerd heeft in drive-trough bottleshops, blaastesten om de 10km op elk willekeurig moment van de dag en The Black Eyed Peas die je in radio commercials vertellen dat je niet moet drinken en gaan rijden..







Terwijl wij met de nachtdienst bezig waren bleken er verschillende dijken rond de farm gebroken waren, de airstrip (jazeker, als farmer hoor je er hier niet bij als je geen vliegveld en vliegtuig hebt.) was al compleet ondergelopen en de achterste velden konden we niet meer bereiken. De huizen van Pete en Tony (een tandloze cowboy met een eeuwige glimlach op z'n gezicht) waren al omringt door water, waardoor ze met een gigantische tractor door het water naar de farm en terug moesten rijden. Die nacht bereikte het waterpeil de maximale hoogte maar bleef verder constant, er hoefde maar een paar centimeter bij te komen om het water over de dijken te doen stromen.

Aangezien we nachtdiensten draaien is ons ritme compleet omgedraaid, maar daar wen je snel genoeg aan. Zo gebeurde het dat we na het werk in de vroege ochtend uitgebreid van onze fles whiskey aan het genieten waren toen Darren op het idee kwam om het hoge gras rond het huis te gaan maaien, omdat je anders de slangen niet kan zien kruipen. En zodoende probeerde Rik en ik om de beurt met een prachtige John Deere grasmaaier zo recht mogelijke lijnen te maaien, wat nog niet mee viel.



Die middag landde er een helikopter vlakbij ons huis, en nieuwsgierig als we zijn gingen we even een kijkje nemen. Het bleek dat er wat schapen vast zaten op een eilandje, en Simon, de baas der bazen, had wat vrienden met een helikopter gebeld of ze even een baal hooi konden droppen voor de arme beesten, zo gaat dat dus hier. Er word hier overigens veel met vliegtuigen gedaan, vandaar ook het vliegveldje. De vliegtuigen (airtractors), sproeien allerlei troep over de planten om ze te laten groeien of om onkruid kapot te maken. Die piloten zijn echt van die old school piloten helden die nonchalant leunend tegen hun vliegtuigje op een kauwgumpie lopen te knauwen terwijl hun vliegtuigjes bijgetankt worden. Ze verdienen zo'n 200 dollar per uur, maar dat is alleen maar omdat er geen verzekeringsmaatschappij is die ze wil verzekeren voor het werk wat ze doen. Ze vliegen tot op 10 cm boven de planten en moeten vaak aan het eind van het veld vol optrekken om vervolgens rakelings over de bomen om te draaien en weer terug vliegen om nog een lijntje te leggen. Er crashen regelmatig vliegtuigjes en ook mensen op de grond zijn niet altijd veilig. Het is maar beter om niet rond de velden te rijden waar ze het gif spuiten. De piloten onderling maken er een soort competitie van door mensen die dat toch doen te waarschuwen door zo laag mogelijk over de jeep te vliegen. Zo gebeurt het dus dat je 's ochtends om 5 uur met je duffe kop een hartverzakking krijgt doordat zo'n idioot rakelings over je heen vliegt met het geluid van een vulkaanuitbarsting.











Ondertussen is het waterpeil al iets aan het dalen, en het is zelfs al weer mogelijk om het dorp te bereiken mits je een flinke 4x4 hebt. Rik en ik zijn inmiddels naar het dorp geweest omdat het brood begon op te raken, en we mochten een jeep van de farm meenemen. Op de terugweg begon het te regenen en aangezien de grote weg nog steeds voor een groot deel is afgesloten moesten we binnendoor terug naar de farm. En dat betekende veel modderwegen en plassen waar we heel netjes en voorzichtig doorheen gereden zijn om de auto wit te houden. Vervolgens kwam er nog het onderdeel koeienslalom waar we met veel geschreeuw en getoeter doorheen knalden..we vermaken ons hier voorlopig nog wel in deze speeltuin.


Beeh

zaterdag 8 januari 2011

Op een dag vonden Rik en ik het genoeg geweest in Innisfail. Er was geen werk voor de komende 1,5 week ivm alle gezellige thuiswarmbijdekachel feestdagen, en we hadden weinig zin om weer naar een bananenfarm te gaan om daar ons lichaam nog verder te slopen. Onze voeten waren totaal geïnfecteerd met Tinea, douchen deed flink pijn aan je voeten (als je er al onder kon staan) en een van de oplossingen was spiritus er overheen te spuiten. Ik vroeg aan wat Engelse gasten of ze hun flesje nog hadden, en ik mocht het lenen als ik het voor hun neus op mijn voeten spoten. De eerste 5 seconden vallen nog mee, maar zodra dat spul in al die wondjes trekt begin je vanzelf te dansen.

Aangezien er naast op spiritus dansende mensen en een handvol geschifte Fransen met pruiken, zonnebrillen en waterpistolen niks te doen was in Innisfail besloten we om ander werk te zoeken. De zoektocht in Melbourne duurde destijds een week, dus we waren vrij verbaasd toen we een uur later een telefoontje kregen met het bericht dat we een baan hadden iets ten westen van Brisbane (2000km richting het zuiden). Het was wederom een farm, maar geen bananen. We zouden gaan werken voor een familie die in de katoen zit, en Rik en ik moeten naast het werken op de farm ook wat klusjes doen, Nico en Rob stylo.

Pieter en Felix hadden inmiddels ook een baan in de buurt van Brisbane gevonden en zo vertrokken we op nulde kerstdag van het al dagenlang door regen geteisterde Innisfail richting Brisbane. We werden gewaarschuwd dat we waarschijnlijk niet verder kwamen dan het dorp verderop omdat alle wegen overspoelt waren. De snelwegen hier zijn overigens niet zoals in Nederland, meestal is het een 2 baans weg met een stippellijntje ertussen, en om de 10 km komt er een keer een strookje bij om in te halen. Aangezien je hier overal maar 100 km/h mag en er vaak langzame pruttelende boeren pickupjes voor je rijden heeft bumperkleven of haasten vrij weinig zin, dus op het gemakje reden we weg richting het zuiden. Gelukkig bleek de waarschuwing onterecht te zijn, want na een tijdje waren we het eerste dorpje al voorbij, en na een uur zelfs het tweede dorpje. Het regende wel nog steeds, en die regen is niet zoals in Holland een buitje van een uurtje of 2, als het regent regent het aan 1 stuk door, in dit geval al dagen lang. Toen we het tweede dorpje voorbij waren kwamen we in een file terecht en toen begon het feest. De snelweg was overstroomd en alleen jeeps en semi's mochten eroverheen. Op dat moment snap je ook waarom 80% van de auto's die hier rond rijden 4x4 is. Na 3 uur wachten was het waterpijl voldoende gezakt en mochten ook de gewone auto's om de beurt over de weg rijden.



We reden door tot we moe werden en dan was het aan de volgende om achter het stuur te kruipen. Aan het begin van de nacht was het aan Felix om te gaan rijden. Felix is een Duitse gast waarmee Pieter, Rik en ik een kamer deelden in Innisfail. Het is een prima jonge, alleen hij stottert. Nou heb ik daar totaal geen problemen mee, ik wacht gewoon rustig tot hij klaar is met zijn verhaal, maar het nadeel was dat die vent maar bleeeef praten. Echt het ene clouloze verhaal na het andere, en aangezien zijn Engels ook niet al te best was bleef hij ook nog eens een tijd hangen bij de meest irrelevante woorden waar hij niet op kon komen. Maar zoals ik al zij, het is een goeie gast. Felix begon met rijden door de donkere kerstnacht, met de pokke harde regen die al die tijd gewoon nog steeds naar beneden viel, sommige momenten zag je op de onverlichte wegen echt geen hand voor ogen. Er is geen verlichting boven de weg, er zitten flinke Belgische gaten in de weg, (nog een rede om hier een jeep te hebben) de ruitenwissers konden de regen bijna niet aan en als er nog net iets meer lucht in de banden had gezeten dan waren we van de weg gedreven. Na een uurtje schrok ik wakker en hobbelde de auto mank over de weg..lekke band. Een bandje wisselen is geen probleem natuurlijk, maar als je erachter komt dat de krik niet compleet is en er ook geen moersleutel in de auto ligt wordt het wel een hele grote uitdaging. Gelukkig heeft Pieter 24/7 RACQ, maar om die lui bij je auto te krijgen moeten ze wel weten waar je staat. En dan sta je daar in het donker langs de weg met ergens wat huizen waar de honden je vanaf de erven vriendelijk tegemoet blaffen. Verder ook geen straatnaambord oid te vinden en iedereen lag al op bed aan de donkere huizen te zien. Merry Christmas. Na een tijd zoeken kwam ik een man tegen naast zijn huis die me in lichtelijk beschonken toestand het adres gaf en zodoende konden we het noodnummer bellen, tien minuten in de wacht gezet worden op kerstnacht om half 1 's nachts, en uiteindelijk konden we dan uitleggen waar we stonden en wat de deal was.



Toen we de band verwisseld hadden bleek ook de accu nog leeg te zijn, of in ieder geval iets raars want de radio deed het nog maar de auto wilde niet starten. De man van de RACQ rommelde wat en uiteindelijk deed de auto het weer. Felix reedt verder de nacht in en de rest probeerde zo goed en zo kwaad als het ging wat te slapen. Uiteindelijk was Felix ook te moe om verder te rijden en we stopten bij de eerst volgende rust plek. Rik en ik zette snel ons tentje op naast een paal waarop de volgende ochtend met koeieletter een bord "no camping" bleek te staan. Overigens ode aan de Australische publieke WC's, BBQ's en douches, die in stad en land te vinden zijn, en elke ochtend komt er iemand van de gemeente om de boel schoen te maken, goed geregeld hier. Toen we wakker werden bleek het nog steeds te regenen en het veldje achter de tent stond redelijk blank. Op het moment dat alle natte spullen in de auto lagen wilden we de auto starten, maar dat wilde de auto niet. Wederom weer een hoop geklooi, RACQ er bij en 3 uur later konden we dan eindelijk op pad. Onderweg kregen we een smsje van de Zweedse dames dat ze ook in Brisbane zaten, op een camping tegenover…de IKEA. Home sweet home. Onderweg wilden we even stoppen voor een heerlijk kerstdiner vol mals vlees, knapperige broodjes en gezonde salades, so McDonalds it was. Toen we met zn allen weer in de auto zaten wilde dat ding uiteraard weer niet starten. Na weer een paar uur wachten kwam de RACQ en hielp ons weer uit de branding na flink wat zekering wisselen en andere truckage. Vervolgens reden we richting de camping waar de Zweedse meiden stonden.





De volgende ochtend was het wederom hetzelfde verhaal, auto startte niet. Uiteindelijk werden we weggesleept naar de Travellers' AutoBarn Brisbane, het bedrijf waar Pieter zijn auto gekocht had. Eenmaal aangekomen bleek dat ze pas woensdags open gingen (het was zondagochtend). Na wat rond neuzen bleek dat de helft van de auto' en campervans niet op slot waren, en Rik vond al snel een tafeltje met 4 stoelen, wat slaapmatjes en zo had iedereen zijn eigen auto of camper om in te slapen. De tafeltjes hadden we onder een afdakje gezet en zo ontstond onze woonkamer voor de komende 4 dagen. Rik rommelde verder nog wat met een leeg olievat en een autoband, et voila, een heus toilet. Het bleef ondertussen gewoon doorregen uiteraard. Toen Pieter zijn laptop openklapte bleken we ook een onbeveiligde verbinding tot onze beschikking te hebben, dus de luxe die we hadden was ongekend. Felix had ondertussen geregeld dat hij opgepikt zou worden door zijn werkgever, dus hij verliet het kamp halverwege.







Toen het uiteindelijk woensdag was werden we verwelkomt door de meest arrogante Ozzie die ik tot nu toe ontmoet heb. Hij probeerde van alles met de auto maar uiteindelijk moest hij naar een echte garage gebracht worden, die de volgende dag de complete computer verving. Na een nachtje in het park geslapen te hebben pikten we de auto op en konden we eindelijk op pad. Hoezee.

We kwamen aan in het dorpje waar ik de boer belde om te vragen wat het plan was. Hij vertelde ons om nog even wat eten te kopen en hij was onderweg. Rik en ik zochten wat lekkers uit voor die avond en 10 minuten later stonden we op de parkeerplaats met Nigel de Boer. Hij vertelde dat we hem moesten volgen en dat deden we. We reden het dorp uit om vervolgens 20 min lang door heel veel niks te rijden tot er plotseling een paar huizen en schuren opdoken. 30km buiten het dorp in the middle of shit. We namen afscheid van Pieter en daar stonden we dan, met onze backpackjes voor onze riante woning. 5 slaapkamers, 2 badkamers en een grote keuken. Geen tv, telefoon of internet verbinding in de buurt, 30km van de bewoonde wereld, eten voor 1 avond en Rik begon een half uur later al meteen aan zijn eerste nachtdienst, van 18u tot 6u. Waarna ik hem in de ochtend afloste om vervolgens tot 6u 's avonds te werken, om vervolgens weer afgelost te worden door Rik. De dag erna zou het oud en nieuw zijn en we hadden met de andere 2 afgesproken om een mooi feestje te bouwen. We konden sowieso niemand bereiken en het feestje bestond uit een glas water met ijsklontjes en wat droge wafels die we in een van de keukenkastjes gevonden hadden. Ondertussen was Rik buiten op de farm aan het werk. Ik heb me wel eens minder eenzaam gevoelt, maar gelukkig was het gestopt met regenen. De volgende ochtend begon ook mijn dienst weer en zo werkten we de ene dag door na de andere.

Het werk is in principe simpel; je rijdt met een andere gast met een jeep langs de katoenvelden. De velden moeten om de zoveel tijd voorzien worden van water, en het niveau van het water in de kanalen moet constant gecontroleerd worden. Het meest van de tijd zit je in de jeep terwijl (in mijn geval) Daren hier en daar wat pompen aanzwiert en sluizen open zet. Soms is het tijd om wat pijpen aan te zetten die het veld voorzien van water. Door een hand op het eind van de pijp de zetten en vervolgens door het vacuum water door de pijp te zuigen krijg je een waterstroom opgang en dat moet je dan bij een pijp of 150 doen. Soms moet je ze stoppen door ze op te tillen en leeg te laten lopen, en soms moet je ze verleggen. Prima, al gaan die 12 uur soms wel wat langzaam.

Er zijn gelukkig veel dieren te zien, vossen, konijnen, walibi's, pelikanen, en jazeker, ik heb, echt waar, mijn eerste kangaroo gezien. Het heeft even geduurd (2 maanden..), maar ik was bijzonder in mijn nopjes aangezien ik bang was dat ik naar de dierentuin zou moeten omdat ze me bleven ontwijken. Verder heb je hier ook slangen, en dan uiteraard meteen een van de meest giftigen ter wereld. Ik kreeg dan ook uitgebreide instructies op mijn eerste werkdag wat ik wel en niet moest doen als ik gebeten was. Ondertussen heb ik hier al flink wat slangen gezien, aangezien ze de vervelende hobby hebben om in de pijpen te kruipen die wij moeten starten. Zo was Brad (man van de nachtdienst) een pijp aan het starten, hij liet hem los en er kwam een brown snake uit gerend. En door die jongen wil je niet gebeten worden, dus een paar meppen met de pijp was voldoende om hem uit te schakelen. Zo blijft je baan spannend en uitdagend.













Door alle dijken en het stelsel van kanaaltjes en pompen hebben we hier weinig last van de overstromingen die overal om ons heen plaats vinden. De rivier in het dorp staat op het moment op 6 meter boven pijl maar ze ligt zo diep dat het nog niet van invloed is op de omgeving, alhoewel er wel overal pompen geplaatst zijn voor het geval dat. We hebben hier werk tot eind februari, want in maart begint de oogst. Tegen die tijd is er geld voor een mooi busje en een mooi surfboardje en kunnen we eindelijk de zee in om te doen waar we voor gekomen zijn..